Wie ben ik? Deel 1: Hegel

Wie ben ik? Premier Rutte riep ons op om vooral geen ‘Dikke Ik’ te zijn. Maar hoeveel controle hebben wij over wie we zijn? Hoe kunnen wij ons Zelf leren kennen? In een tijd van individualisering komt het individu nader tot zichzelf en daarom is de vraag “Wie ben ik?” weer erg relevant geworden. In drie blogposts wil ik hier verschillende perspectieven op de vraag naar het Zelf geven. Vandaag: de visie van Hegel, in zijn Encyclopädie.


“Als das Kind Kind war,
war es die Zeit der folgenden Fragen:
Warum bin ich ich und warum nicht du?”

[Als het kind een kind was

was het de tijd voor de volgende vraag:

Waarom ben ik ik en waarom niet jij?]

– Fragment uit ‘Lied Vom Kindsein‘ van Peter Handke.

 

De moeilijkste vragen zijn de vragen die ons doen reflecteren over hetgeen wat ons dichterbij is dan de taal. Natuurlijk weet ik wie ik ben! Wanneer ik zeg ‘ik ben Boris’, zal niemand verward zijn over wat ik bedoel. Maar waarnaar verwijst dit ‘ik’ nu precies? Kan ik het ‘ik’ scherp onderscheiden van dat wat ‘niet-ik’ is? Met ‘ik’ bedoel ik mijn lichaam en mijn bewustzijn. Maar zijn deze wel van elkaar te onderscheiden? En ben ik dan minder mezelf als ik delen van mijn lichaam verlies? En hoeveel van mijn lichaam mag er dan verwijderd worden, voordat ik niet mezelf ben? Mijn benen, mijn armen, mijn romp, delen van mijn brein? “Wij zijn ons brein”, stelde neurobioloog Dick Swaab. Maar als ik het over mezelf heb, denk ik meestal niet aan de processen die zich in mijn grijze massa voltrekken. Laten we kijken naar antwoorden die in de filosofie zijn gegeven.

Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770 – 1831) is een Duitse filosoof die verbonden wordt met de stroming die het ‘Duitse Idealisme’ heet. Idealisme verwijst hier niet naar ‘ideologisch’, dus niet naar politieke of religieuze wereldvisies. Het verwijst naar het idee dat de wereld zoals wij die kennen een idee is van de / onze Geest (of, ons bewustzijn). Je zou deze gedachte in moderne termen misschien zo kunnen zien: alles wat wij ervaren en denken is wat ons brein ons voor kan schotelen. Wat we zien, is hoe ons brein de input van onze ogen verwerkt (we zien dus niet direct de voorwerpen om ons heen, maar wat wij zien is de interpretatie van ons brein hiervan). Kortom, de wereld waarin wij verkeren is het product van de interpretatiekracht van ons eigen bewustzijn!

 We zullen nu zien hoe Hegel in zijn Encyclopädie dit inzicht linkt aan wat hij als het ‘Ik’ begrijpt. In §20 van dit boek zegt hij: ‘das Denken als Subject vorgestellt ist Denkendes, und der einfache Ausdruck des existierenden Subjects als Denkenden ist “Ich”‘ [het denken als subject voorgesteld is denkende, en de eenvoudige uitdrukking van het existerende subject als denkend is ‘Ik’]. Hiermee zegt Hegel, ruwweg, dat we het ‘ik’ kunnen begrijpen als een bestaand iets dat kan denken – sterker nog als een uitdrukking van het denken. Dit lijkt te suggeren dat het denken vooraf gaat aan het ik – en meerdere malen in de Encyclopädie (althans, in het kleine deel wat ik er van heb gelezen) lijkt Hegel dit inderdaad te bedoelen. Hoe moeten we dit begrijpen?

We kijken naar een ander citaat, §24 (zusatz 1): ‘Ich ist diese Leere, das Receptaculum für Alles und Jedes, für welches Alles ist und welches Alles in sich auf bewahrt; jeder Mensch ist eine ganze Welt von Vorstellungen, welche in der Nacht des Ich begraben sind.’ [Ik is deze leegte, deze bergplaats voor alles, voor wat alles is en wat alles in zich bewaart; ieder mens is een gehele wereld aan voorstellingen, welke in de nacht van het Ik begraven zijn.] Dit prachtige citaat biedt wat hulp: inderdaad vat Hegel het Ik op als een heel breed (‘Algemeen’ zou de filosofische term zijn) iets. Hier een paar punten die we uit beide citaten kunnen afleiden:

1. Het ‘Ik’ is niet in de ervaring te vinden, maar is de grond (of bergplaats) van deze ervaringen

Toelichting: In tegenstelling tot wat we normaal zouden verwachten, lijkt Hegel niet te stellen dat het Ik iets is wat heel duidelijk voorhanden is. Dit sluit wel aan bij de moeilijkheid die we hebben om uit te leggen wat ‘Ik’ precies betekent. Voor Hegel is het ‘Ik’ misschien te vinden in het feit dat we überhaupt een bewustzijn hebben, waarbinnen bewuste ervaringen kunnen optreden. Vergelijk het bewustzijn met een schilderij. Voor Hegel is het Ik niet wat er op dit canvas geschilderd wordt (dus niet de verf en de vormen), maar het canvas zelf.

2. Het ‘Ik’ is dus het meest algemene

We hebben hierboven gezien dat de Duitse Idealisten de (fenomenale) wereld zagen als een projectie van de geest. Dit is een beetje kort de bocht, maar voor deze uitleg kunnen we zeggen dat er, op een bepaalde manier, dus nooit iets buiten onze geest kan zijn. De wereld die we kunnen ervaren is zo ruim of beperkt als wat onze geest ons kan tonen. De geest (of, in moderne termen: ons brein) bepaalt dus wat de grens van de wereld is (die we kunnen ervaren). In het canvasvoorbeeld wat ik hierboven beschreef, betekent dit dat de wereld precies zo groot is als het canvas. Kortom, in de wereld is er niets wat algemener of uitgestrekter is dan het ‘Ik’, omdat het ‘Ik’ de grens van de wereld überhaupt bepaalt.

Voor Hegel is het ‘Ik’ dus niet iets dat direct in de ervaring te vinden is, maar juist de grens en de mogelijkheid van ervaringen überhaupt. Dit is een abstract en tegenintuïtief idee en we zullen later zien, wanneer ik het Zelf bij Nietzsche zal bespreken, dat het ook niet zonder kritiek is gebleven. Ik vind het wel een heel mooie filosofie, precies omdat het een andere blik werpt op concepten als egoïsme. Als het ‘Ik’ niet gelinkt is aan de ervaring, dan is je eigenbelang najagen niet het zoeken van genot. Het eigenbelang in Hegels theorie is deel van een veel grotere beweging, die ik hier niet geheel kan bespreken (noch werkelijk begrijp): het ontplooien van de Wereldgeest. Het belangrijke aan dit idee is dat individuen uiteindelijk niet hun eigen belang dienen, maar deel zijn van een groter proces dat gehele samenlevingen en zelfs de hele wereld bestrijkt. Het lijkt erop dat Hegel suggereert dat niet alleen mensen een Ik hebben, maar dat zelfs het Universum een allesoverstijgend bewustzijn heeft! Dit idee is natuurlijk een radicale tegenhanger van de ‘Dikke Ik’.


Ik heb de ideeën van het Duitse Idealisme hier sterk versimpeld om deze uitleg te kunnen geven. Deze beweging behoort tot een van de complexere in de geschiedenis van de filosofie en kent bovendien een grote diversiteit aan denkers en interpretaties. Geïnteresserde lezers worden werken van / over Kant, Schelling, Fichte en Hegel aangeraden.

Advertenties

Een gedachte over “Wie ben ik? Deel 1: Hegel

  1. […] tegenstelling tot de Boeddha of Hegel ziet Nietzsche er geen probleem in om het Zelf nu juist wél te identificeren met de stroom aan […]

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s