Wie ben ik? Deel 3: Nietzsche

In het laatste deel van dit drieluik verken ik de gedachten van Friedrich Nietzsche over het Zelf. We zullen zien dat deze denker een dubbele houding tegenover dit begrip heeft.

Friedrich Nietzsche (1844 – 1900) is de beruchte ‘filosoof met de hamer’. Deze bijnaam verkreeg de filosoof doordat het de ondertitel van één van zijn boeken was: Götzen-Dämmerung, oder Wie man mit dem Hammer philosophiert! De bijnaam typeert zijn stijl, omdat hij zich met passie stortte op de filosofie die aan hem vooraf ging en hierbij gepoogd heeft deze zo grondig mogelijk aan stukken te scheuren, te onthullen en omver te werpen.

Voor veel van de filosofen die voorafgaand aan Nietzsche schreven, was het Zelf iets dat duidelijk te onderscheiden was van het niet-Zelf. We kunnen denken aan filosoof John Locke, die dacht dat je een persoon kon herkennen aan een zekere continuïteit in zijn ervaringen. Ook de grote Duitse filsoof Immanuel Kant denkt dat we een soort onveranderlijk Zelf zijn. De intuïtieve definitie van het Zelf sluit hier bij aan: hoewel iemand verandert gedurende zijn leven, geloven we niet dat hij werkelijk een ander persoon is geworden. Toen ik een kind was, was ik ook al ‘Boris’, ondanks dat ik toen geen baardgroei had en niets over filosofie wist.

Nietzsche ontkent in zijn boeken regelmatig de mogelijkheid van het bestaan van zo’n onveranderlijk, continue Zelf. Een goed voorbeeld hiervan is wanneer hij zich tegen de Franse filosoof Descartes keert. Descartes geloofde dat de mens tot een iets (een ‘subject’, of een ‘zelf’) wordt, doordat hij kan denken. “Ik denk, dus ik ben.” De waarheid dat de mens een denkend ding is, volgt voor Descartes uit de observatie dat we aan alles kunnen twijfelen – behalve aan het feit dat er dan in ieder geval ‘iets’ is dat twijfelt. Kortom, het twijfelen (of, in zijn woorden, het denken) vormt dan de basis voor het Zelf.

In Jenseits von Gut und Böse §16 gaat Nietzsche tegen deze gedachte in. Het is volgens hem niet zo dat het duidelijk is wat we precies bedoelen, wanneer we zeggen: “Ik denk…”. We moeten oppassen voor de ‘Verführung der Worte’ [de verleiding van de woorden]. Immers neemt Descartes stilzwijgend aan, dat als er gedacht wordt, er ook iets moet zijn dat denkt. Maar waar komt deze aanname vandaan? Is dit niet een analyse van hoe onze taal werkt – en niet van de werkelijkheid? In onze taal hebben de meeste werkwoorden namelijk een subject dat deze handeling uitvoert. In andere talen hoeft dit echter niet zo te zijn! Een voorbeeld is dat in het Japans de werkwoorden zich niet naar de persoon voegen die ze uitvoert. Inderdaad zien we in hun filosofie een veel minder sterk ontwikkeld idee van een geïsoleerd ‘Zelf’. Nietzsche zou hier wel eens een punt kunnen hebben: dat veel van onze ‘waarheden’ volgen uit de structuur van de taal, en niet vanuit de structuur der werkelijkheid.

Kortom, Nietzsche keert zich regelmatig tegen het idee van het Zelf als een duidelijk begrensd ding. Het lijkt dan misschien een paradoxaal gegeven dat het nu juist een centraal doel van Nietzsches filosofie lijkt te zijn, het Zelf te ontplooien en ontwikkelen! Deze paradox lost zichzelf echter snel op, wanneer we dieper graven in de positieve passages van Nietzsche over het Zelf.

In tegenstelling tot de Boeddha of Hegel ziet Nietzsche er geen probleem in om het Zelf nu juist wél te identificeren met de stroom aan ervaringen en verlangens die in ons bewustzijn voorbijtrekken. Zo beschrijft Nietzsche de Ziel in Jenseits von Gut und Böse §12 als een “Subjekts-Vielheit” (een veelheid subject). Het Zelf is dan niet langer een rigide ding dat uit de ervaring afgeleid moet worden, het is iets geworden dat in het veranderlijke bestaat.

Het Zelf van Nietzsche is een dansend Zelf, dat zich niet laat vangen of temmen in de valstrikken van de intuïtie of oude filosofie. Als Nietzsche dus oproept om ‘te worden wie wij zijn’ (vrij naar de ondertitel van zijn boek ‘Ecce Homo’), bedoelt hij niet dat we in steeds strengere isolatie het Zelf moeten afbakenen. Veeleer bedoelt hij dat we onze driften moeten leren begrijpen, de ervaring koesteren en uiteindelijk vanuit deze jungle van verlangens een sterke Wil moeten vormen, die ons voorbij alle oude categorieën trekt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s