Het TTIP-bedrog

TTIP is een trans-Atlantisch vrijhandelsakkoord tussen Europa en de VS. Indien dit akkoord gesloten wordt, zal dit grote gevolgen hebben voor de toekomst van Europa; desondanks vinden de beslissingen over dit akkoord grotendeels in het geheim plaats, onder sterke invloed van de lobbyisten van MNOs. Ik ben bezorgd dat er in deze besluitvorming te weinig rekening gehouden wordt met de Europese burger. Teken de petitie tegen TTIP en kom 10 oktober naar het protest als jij je ook zorgen maakt over dit verdrag.

Het trans-Atlantisch handelsakkoord met de Verenigde Staten (TTIP) dreigt daadwerkelijk gesloten te gaan worden. De onderhandelingen van de Europese Commissie zijn tot nu toe schandalig open geweest in hun geslotenheid, ondanks een handtekeningenactie die meer dan twee miljoen handtekeningen van bezorgde burgers verzamelde. Er is dus, gelukkig, in ieder geval veel comotie rondom het TTIP handelsakkoord. Ik ben zeer tegen het sluiten van deze handelsovereenkomst en zet hier uiteen waarom.

Ten eerste vanwege de beruchte Investor-to-State Dispute Settlement (ISDS) clausule van TTIP. Via deze clausule kunnen bedrijven Europese staten aanklagen, indien deze beleid voeren wat in strijd is met de TTIP overeenkomst. Het is een open erkenning van het gegeven dat niet de staat de marges van het bedrijfsleven gaat bepalen, maar dat andersom het grootbedrijf de grenzen van de democratie trekt. Is dit in het belang van de Europese burger? De lijst van lobbyisten liegt er niet om: de MNOs hebben hier wat te winnen. Het is een veeg teken aan de wand dat de Europese Commissie zo gesloten is over wat er in haar bijeenkomsten met lobbyisten besproken wordt. Bijvoorbeeld met omstreden tabaksproducent Philip Morris. Ik vind dat wij als burgers recht hebben om te weten wat hier gaande is. Zeker aangezien Philip Morris momenteel in rechterlijke strijd is met Uruguay, vanwege het anti-rook beleid van dit land. Bottom line: Uruguay is niet meer vrij in het maken van zijn eigen wetten, maar gaat onder de bijl voor dit Trojaanse paard. Via ISDS kan de Europese staten hetzelfde lot boven het hoofd hangen; de vraag is waarom de Europese Commissie dit zo’n puik plan vindt.

Ten tweede keer ik mij tegen deze deal, omdat het volstrekt onduidelijk waarom een vrijhandelsakkoord nodig is. TTIP wordt vooral verdedigd omdat het een stroomlijning is van de handel: onnodige belemmeringen tussen de VS en Europa worden opgeheven. Het bekende voorbeeld hiervan is wanneer de kwaliteit van producten op hetzelfde niveau is, maar deze op verschillende manieren getoetst wordt. Op het moment worden standaarden wederzijds nog niet erkend, wat tot extra importheffingen of zelfs ontzegging tot de markt leidt. Inderdaad zijn zulke situaties vervelend, maar waarom is een complete vrijhandelsdeal de oplossing? Kan er niet per sector nieuwe gezamenlijke wetgeving komen? Waarom rechtvaardigt dit het openbreken van de gehele markt? Ook achter dit rookgordijn van een argument ontwaren wij de schaduwen van de multinationals.

Ten derde is het onvermijdelijk dat via TTIP de Europese samenleving onder toenemende Amerikaanse invloed zal komen te staan. Het is een volstrekte illusie om handel als een louter monetaire bezigheid te zien.Wat er beschikbaar is op de markt, bepaalt wat je als consument kunt nuttigen. TTIP gaat de markt noodzakelijk overhoop halen, heeft zelfs als expliciet doel dit te doen. Soms is het echter goed dat niet alles beschikbaar is, zoals arts Noëlle Geubbels toonde in haar artikel. Door TTIP wordt de importheffing op ongezond Amerikaans voedsel verlaagd, waardoor dit gemakkelijk in onze supermarkten verkocht kan worden. Het zijn vooral armere mensen die hier de dupe van zijn, omdat het voedsel vaak niet alleen ongezond, maar ook goedkoper is dan gezond eten. Rijk en gezond versus arm en dik. Welcome to America.

Ten vierde werkt de rechtvaardiging van TTIP alleen onder de aanname dat een rijker Europa een beter Europa is. Ten eerste klopt deze aanname alleen als de welvaart gelijk verdeeld kan worden onder de Europeanen. Als er teveel aan de strijkstok van de grootbedrijven blijft hangen, kan Europa in zijn geheel rijker worden zonder dat meeste hier iets van merken. Het enthousiasme van de multinationals voor TTIP moet ons sceptisch stemmen (zie ook: Piketty). Ten tweede zegt rijkdom an sich natuurlijk nog niets over hoe Europa zich ontwikkelt. Geld, als middel, creëert mogelijkheid. Hoe deze mogelijkheid zich verwerkelijkt is vervolgens aan de geldbezitter. Een te nauwe focus op pure economie vergeet dat het geld geen doel in zichzelf is, maar dat het in essentie een middel tot iets anders is. De vraag is niet hoeveel geld TTIP aan Europa zou kunnen brengen, maar vooral wat wij met dit geld willen gaan doen. Wanneer het geld enkel wordt gezien als een kwantiteit, blijven de sociaal-politieke gevolgen ervan verhuld.

Mark Rutte verdedigt zijn steun aan het akkoord echter wel door te wijzen op de mogelijke economische voordelen ervan. Zo blijkt uit een Duitse studie dat er 400.000 banen in Europa gecreëerd zouden kunnen worden. Dit is natuurlijk een studie in opdracht van de Europese Commissie geweest, die bovendien op absurde aannames is gebaseerd om tot dit al te rooskleurige scenario te komen. Zo zouden volgens deze studie werknemers in staat moeten zijn van baan te wisselen als er in hun sector banen verdwijnen en in een andere sector banen ontstaan. Iedereen kan zich voorstellen dat de werkelijkheid helaas weerbarstiger werkt. Een alternatieve studie van Amerikaanse promovendus Capaldo deed deze aanname niet. Hij toonde aan dat er in Europa zelfs 100.000 banen zouden kunnen verdwijnen door TTIP. Het enige argument vóór het akkoord is, zacht gezegd, gestoeld op een rot fundament.

Initiatieven als FTM, De Correspondent of de Nieuwe Universiteit tonen aan dat het kritische denken nog alive and kicking is. Er is plots een nieuwe impuls voor maatschappijkritiek ontstaan: zou het protest weer deel van de 21e eeuw worden? Een gezonde samenleving kan in ieder geval niet zonder. Het is tijd dat we het ondemocratische, absurde TTIP stoppen en als burgers eindelijk weer boven het geruis van het geld uit kunnen klinken. Iedere vorm van protest draagt bij aan deze strijd. Teken de petitie tegen TTIP. Kom naar een demonstratie. Het is de enige manier om aan te geven dat wij vinden dat Brussel hier de plank mis slaat. Ik geloof in de liberale democratie; ik geloof bovenal dat zij niet kan voortbestaan zonder dat haar voorwaarden telkens opnieuw bevraagd worden.

Deel de petitie, het facebookevenement of dit bericht met je vrienden om het tegengeluid te versterken
Advertenties

Werkweek op een organische boerderij

“The universe that we observe has precisely the properties we should expect if there is, at bottom, no design, no purpose, no evil, no good, nothing but pitiless indifference.” – Richard Dawkins

Via het intiatief WWOOF (World Wide Opportunities on Organic Farms) vond ik een boerderij nabij Lille, waar ik in ruil voor onderdak en eten meehielp met het zorgen voor de gewassen. Zelfs met mijn twee linkerhanden en nul tuinierervaring ben ik de week zonder kleurscheuren doorgekomen – en bovendien met meer respect voor het bestaan van de organische boer. Op een organische boerderij zijn pesticiden en onkruidverdelgers uit den boze, evenals genetisch gemodificeerde gewassen en groeihormonen. Oftewel, het onkruid groeit even hard als de gewassen, overal ligt ongedierte op de loer en de productie kan door toevallige omstandigheden in gevaar komen. Mijn gastheer moest dagelijks samen met één betaalde werknemer, enkele stagiaires en wat vrijwillgers de strijd aan gaan om het land te temmen; regelmatig tot in de late uren.

Waarom zou iemand zichzelf zo’n bestaan aandoen als er zulke efficiënte technologische middelen voorhanden zijn? Wie toevallig de film Food Inc heeft gezien kent het antwoord al. Bijvoorbeeld, in de Verenigde Staten is de voedselproductie voor het overgrote deel in de handen van vier á vijf bedrijven. Dit betekent dat er op zeer grote schaal geproduceerd wordt, met als gevolg dat de boeren vaak de controle over hun eigen bedrijf kwijt raken en dat ziektes van gewassen en dieren zich sneller kunnen verspreiden. De hogere efficiëntie van de voedselindustrie eist zijn tol op dier, plant en uiteindelijk op de mens. De keuze voor organisch boeren is een keuze voor persoonlijke betrokkenheid tot het land, zorgzaamheid en respect voor het gewas dat verbouwd wordt. In tegenstelling tot de ideologie van grote bedrijven als Monsanto, trachten organische boeren de natuur niet te onderwerpen aan de wil van de mens, maar zoveel mogelijk samen met het natuurlijke tot productie te komen.

Praktisch zag dit er als volgt voor mij uit: mijn douche was een tuinslang met koud water, ik waste mijn handen met opgevangen regenwater, ik heb vele uren besteed aan het wieden van onkruid en we aten de beschadigde groenten die niet aan de klanten verkocht konden worden. Kortom, het leven op de boerderij werd voor een heel groot deel mogelijk gemaakt door de boerderij zelf. We aten vaak de groenten die we eerder op de dag zelf geplukt hadden. Dan blijkt plots hoe vervreemd ik eigenlijk in het dagelijks leven ben van de producten die ik gebruik. Van de meeste voedingsmiddelen en voorwerpen die mij omringen heb ik namelijk geen idee hoe ze ontstaan zijn. Waar komen de pinda’s in mijn pindakaas vandaan? Hoe wordt mijn brood gebakken – en waarvan? Waaruit onstaat het plastic dat overal om mij heen aanwezig is?

Filosoof Friedrich Nietzsche oppert dat wat wij denken sterk afhankelijk is van de werking van onze lichamen en dus van onze voeding. De manier waarop ons voedsel geproduceerd wordt, is dan sterk verbonden met de productie van een mentaliteit van een samenleving. Dit is natuurlijk een erg grote uitspraak, maar op kleine schaal herkende ik haar werking. Een organische boerderij produceert niet tegen de natuur in, maar behandelt haar zo veel als mogelijk als een doel op zichzelf. Dit leidt ertoe dat de boer een zeer directe verbinding met het land aangaat en dat alles wat hij oogst het onmiddelijk gevolg is van deze fysieke arbeid. Deze relatie vergroot opnieuw de dankbaarheid voor het land en de betrokkenheid met de productie, wat de wens de natuur als een doel op zichzelf te behandelen versterkt. Kortom, de organische productie maakt de mens in hoge mate onderdeel van het natuurlijke proces in plaats van heer en meester hiervan.

Hoewel de empathische houding van de boer tegenover zijn land hem enerzijds als gelijke tegenover dit land plaatst (en niet enkel als meester), creëert het ook een afstand met het natuurlijke.  De natuur is namelijk alles behalve zorgzaam voor haar onderdanen, zoals iedereen weet die ooit een documentaire op National Geographic heeft gezien. Het was maar een weekje dat ik geholpen heb met het boeren, maar ik kon zien dat dit leven zwaar was voor mijn gastheer. Zeven dagen in de week vergen zijn gewassen zorg en dan nog gaat een aanzienlijk deel van zijn oogst verloren. Zou het niet meer volgens de wetten van de natuur zijn om haar te willen onderwerpen, zoals een leeuw nooit empathie zal opbrengen voor een gazelle? Misschien is het antwoord hierop ‘ja’, maar dan is het de empathie die ons boven het natuurlijk tilt. Nog steeds bevat het boeren natuurlijk een wil tot onderwerping, maar deze onderwerping tracht geen grip te krijgen op de essentie van het natuurlijke. Dit respect en de acceptatie van het anders-zijn van de dingen zorgt er voor dat we nader kunnen komen tot deze dingen. Het genetisch gemodificeerde voedsel, dat weliswaar zoveel efficiënter groeit dan het natuurlijke gewas, verliest de eigenheid van het natuurlijke en verwordt tot een afbeelding van hoe de natuur volgens ons moet zijn.

Toen ik naar huis ging was ik blij dat ik weer onder een warme douche kon stappen en iets anders kon eten dan de eeuwige groentepap die me na een week nogal verveelde. Maar met een nieuwe blik kijk ik naar de wereld om haar heen en stel mij de vraag hoe zij mij vormt. De ontstaansgeschiedenis van de productie is hierbij van essentieel belang.

The Amish Experience; uitverkoop van het onverkoopbare

 

 

DSC04924

 

Drie vrouwen in zeer eenvoudige, traditionele klederdracht bakken pretzels in een al even eenvoudig keukentje. Ze praten en lachen met elkaar terwijl ze het deeg rollen en het gereed maken om af te bakken. We bevinden ons iets ten noorden van Bird-in-hand, een klein Amish dorp in Lancaster County, Pennsylvania. Aan het keukentje grenst een houten huis. De dwarsbalken zijn wit geschilderd, de rest van het huis is fel rood:het zou niet misstaan op ansichtkaart. Er scharrelen wat kippen op het erf. Op de brede houten veranda staan vogelhuisjes uitgestald, die de bezoeker kan aanschaffen, mocht hij daar gusting naar hebben.

Alles oogt alsof het uit de 18e eeuw komt; in Amish County staat de tijd stil. De Amish hebben, congruent aan hun streng protestantse inborst, enkel veranderingen geaccepteerd als deze absoluut noodzakelijk waren, niet als zij louter de lasten van het leven verlichtten. Dit heeft geresulteerd in het behoud van een traditionele samenleving, waarin ijdelheid verafschuwd wordt en behulpzaamheid de grootste deugd is. Ja, ik zou haast willen zeggen dat deze manier van leven een ongekende puurheid heeft behouden.

Ik zou het haast zeggen, totdat in de verte een voertuig komt aangehobbeld over de lange asfaltweg die de boerderijen met elkaar verbindt. Voorop het busje staat in zwarte koeienletters “The Amish Experience” gekalkt. Het busje stopt. Een lading toeristen wordt gelost. Ze kopen wat ansichtkaarten. Ze eten wat pretzels. Ze complimenteren de gids voor de authenticiteit van deze ervaring. Ze maken wat foto’s. Ze stappen weer in en verdwijnen. Wat is hier gebeurd? Wat is de significantie van deze gebeurtenis?

De boerderij is een vaste stop van de Amish express, die de nieuwsgierige toeristen de kans geeft hun camera’s dezelfde foto’s te laten nemen, als die in de brochures prijken. Foto’s van lachende vrouwen met kapjes op die werken in grote, weide velden. Amish mannetjes in karretjes die door paardjes worden voortgetrokken. Ondeugende kinderen spelend tussen de geiten. Ja, ik zou haast willen zeggen dat deze manier van leven een puurheid heeft behouden, die erg leuk staat op de vakantiefoto’s. Maar wat is de significantie van dit alles?

De grootste vraag is de volgende: zijn de symbolen van de Amish nog wel hun eigen gemeengoed? Zijn de traditionele klederdracht, de oude ambachten, hun mooie huisjes nog wel spontaan gegroeide vruchten van hun cultuur? Hoeveel kracht kost het om deze cultuur zich te laten reproduceren – en welke machten beïnvloeden deze reproductie? Op het moment dat de reisleiders bij de Amish aanklopten met hun lucratieve marketingplannen, op het moment dat de Amish hun boerderijen als stopplaats voor de Amish express lieten dienen, op het moment dat traditie zichzelf transformeerde tot handelswaar klapte hun cultuur zich om; in een reflexieve beweging bezag de cultuur van de Amish zichzelf en vormde zij zich naar iets dat zij niet was, maar wat het zou moeten zijn om de kassa’s te doen laten rinkelen. Het is alsof de Amish die de interactie met de toeristen aangaan plots zichzelf spelen, in plaats van simpelweg zichzelf te zijn.

Voorzichtig gaat dit proces, zo langzaam dat ieder verzet idioot lijkt. Maar het is duidelijk dat de roadside shops niet langer de winkels zijn die ze pretenderen te zijn: niet langer verkopend aan lokale boeren, maar precies alle waar uitstallend die de brochures aan de toeristen beloofden. En zo verandert langzaam het spontane in het spektakel, zo ondermijnt het toerisme dat waar ze zo naar verlangt: a slight sense of authenticity. Niet alle Amish doen mee aan deze waanzin, desondanks is de aanval die ze dienen te pareren venijnig: het is nooit een individu dat de betekenis van de symbolen bepaalt. Een massale roof van de Amish-tradities door het toerisme maakt het individuele verzet uiteindelijk zinloos.

Drie vrouwen in zeer eenvoudige, traditionele klederdracht bakken pretzels in een al even eenvoudig keukentje. Zijn ze Amish, of gewoon Amerikaanse acteurs? We bevinden ons iets ten noorden van Bird-in-hand, een klein Amish dorp in Lancaster County, Pennsylvania. Op de brede houten veranda staan vogelhuisjes uitgestald, die de bezoeker kan aanschaffen, mocht hij daar gusting naar hebben. Maar zou de bezoeker werkelijk verbaasd zijn als hij op het vogelhuisje het welvertrouwde ‘made-in-china’ ontdekt? Wat is toch deze perverse wens in ons, het bedrog te koesteren?

Maar het zijn inderdaad mooie vakantiefoto’s geworden

Zie ook mijn analyse van toerisme in het kader van Adorno’s cultuurkritiek