Werkweek op een organische boerderij

“The universe that we observe has precisely the properties we should expect if there is, at bottom, no design, no purpose, no evil, no good, nothing but pitiless indifference.” – Richard Dawkins

Via het intiatief WWOOF (World Wide Opportunities on Organic Farms) vond ik een boerderij nabij Lille, waar ik in ruil voor onderdak en eten meehielp met het zorgen voor de gewassen. Zelfs met mijn twee linkerhanden en nul tuinierervaring ben ik de week zonder kleurscheuren doorgekomen – en bovendien met meer respect voor het bestaan van de organische boer. Op een organische boerderij zijn pesticiden en onkruidverdelgers uit den boze, evenals genetisch gemodificeerde gewassen en groeihormonen. Oftewel, het onkruid groeit even hard als de gewassen, overal ligt ongedierte op de loer en de productie kan door toevallige omstandigheden in gevaar komen. Mijn gastheer moest dagelijks samen met één betaalde werknemer, enkele stagiaires en wat vrijwillgers de strijd aan gaan om het land te temmen; regelmatig tot in de late uren.

Waarom zou iemand zichzelf zo’n bestaan aandoen als er zulke efficiënte technologische middelen voorhanden zijn? Wie toevallig de film Food Inc heeft gezien kent het antwoord al. Bijvoorbeeld, in de Verenigde Staten is de voedselproductie voor het overgrote deel in de handen van vier á vijf bedrijven. Dit betekent dat er op zeer grote schaal geproduceerd wordt, met als gevolg dat de boeren vaak de controle over hun eigen bedrijf kwijt raken en dat ziektes van gewassen en dieren zich sneller kunnen verspreiden. De hogere efficiëntie van de voedselindustrie eist zijn tol op dier, plant en uiteindelijk op de mens. De keuze voor organisch boeren is een keuze voor persoonlijke betrokkenheid tot het land, zorgzaamheid en respect voor het gewas dat verbouwd wordt. In tegenstelling tot de ideologie van grote bedrijven als Monsanto, trachten organische boeren de natuur niet te onderwerpen aan de wil van de mens, maar zoveel mogelijk samen met het natuurlijke tot productie te komen.

Praktisch zag dit er als volgt voor mij uit: mijn douche was een tuinslang met koud water, ik waste mijn handen met opgevangen regenwater, ik heb vele uren besteed aan het wieden van onkruid en we aten de beschadigde groenten die niet aan de klanten verkocht konden worden. Kortom, het leven op de boerderij werd voor een heel groot deel mogelijk gemaakt door de boerderij zelf. We aten vaak de groenten die we eerder op de dag zelf geplukt hadden. Dan blijkt plots hoe vervreemd ik eigenlijk in het dagelijks leven ben van de producten die ik gebruik. Van de meeste voedingsmiddelen en voorwerpen die mij omringen heb ik namelijk geen idee hoe ze ontstaan zijn. Waar komen de pinda’s in mijn pindakaas vandaan? Hoe wordt mijn brood gebakken – en waarvan? Waaruit onstaat het plastic dat overal om mij heen aanwezig is?

Filosoof Friedrich Nietzsche oppert dat wat wij denken sterk afhankelijk is van de werking van onze lichamen en dus van onze voeding. De manier waarop ons voedsel geproduceerd wordt, is dan sterk verbonden met de productie van een mentaliteit van een samenleving. Dit is natuurlijk een erg grote uitspraak, maar op kleine schaal herkende ik haar werking. Een organische boerderij produceert niet tegen de natuur in, maar behandelt haar zo veel als mogelijk als een doel op zichzelf. Dit leidt ertoe dat de boer een zeer directe verbinding met het land aangaat en dat alles wat hij oogst het onmiddelijk gevolg is van deze fysieke arbeid. Deze relatie vergroot opnieuw de dankbaarheid voor het land en de betrokkenheid met de productie, wat de wens de natuur als een doel op zichzelf te behandelen versterkt. Kortom, de organische productie maakt de mens in hoge mate onderdeel van het natuurlijke proces in plaats van heer en meester hiervan.

Hoewel de empathische houding van de boer tegenover zijn land hem enerzijds als gelijke tegenover dit land plaatst (en niet enkel als meester), creëert het ook een afstand met het natuurlijke.  De natuur is namelijk alles behalve zorgzaam voor haar onderdanen, zoals iedereen weet die ooit een documentaire op National Geographic heeft gezien. Het was maar een weekje dat ik geholpen heb met het boeren, maar ik kon zien dat dit leven zwaar was voor mijn gastheer. Zeven dagen in de week vergen zijn gewassen zorg en dan nog gaat een aanzienlijk deel van zijn oogst verloren. Zou het niet meer volgens de wetten van de natuur zijn om haar te willen onderwerpen, zoals een leeuw nooit empathie zal opbrengen voor een gazelle? Misschien is het antwoord hierop ‘ja’, maar dan is het de empathie die ons boven het natuurlijk tilt. Nog steeds bevat het boeren natuurlijk een wil tot onderwerping, maar deze onderwerping tracht geen grip te krijgen op de essentie van het natuurlijke. Dit respect en de acceptatie van het anders-zijn van de dingen zorgt er voor dat we nader kunnen komen tot deze dingen. Het genetisch gemodificeerde voedsel, dat weliswaar zoveel efficiënter groeit dan het natuurlijke gewas, verliest de eigenheid van het natuurlijke en verwordt tot een afbeelding van hoe de natuur volgens ons moet zijn.

Toen ik naar huis ging was ik blij dat ik weer onder een warme douche kon stappen en iets anders kon eten dan de eeuwige groentepap die me na een week nogal verveelde. Maar met een nieuwe blik kijk ik naar de wereld om haar heen en stel mij de vraag hoe zij mij vormt. De ontstaansgeschiedenis van de productie is hierbij van essentieel belang.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s