De Grijns van CoBrA

Onderstaande passage komt uit een manuscript van een langer werk waar ik ooit aan bezig was. Momenteel ligt het schrijven hiervan stil, maar ik hoop het binnenkort weer op te kunnen pakken. De passage beschrijft de relatie tussen het concept van de grijns en de schilderkunst aan de hand van de CoBrA beweging.

 

 Alechinsky - La Fourmilière

Figuur 1. Pierre Alechinsky – La Fourmilière (1954)

 

In een gelijke situatie bevindt Europa zich als de CoBrA groep destijds: zoekende naar een onschuld, naar een moraal passende voor de tijd – precies in een tijd waar de moraal gebroken is en cynisme de enige juiste houding lijkt te zijn. CoBrA ontstond echter na de gruwelen van een wereldoorlog; de grijns ontstaat op de weg naar een nieuwe oorlog toe. Het spookt in Europa en langzaam worden wij ons gewaar van een afnemende hoop op een voorwaarts. Misschien is het inderdaad weer tijd om de woorden van Nieuwenhuijs in zijn Manifesto ter harte te nemen:

“Our art is the art of a revolutionary period, simultaneously the reaction of a world going under and the herald of a new era. For this reason it does not conform to the ideals of the first, while those of the second have yet to be formulated. But it is the expression of a life force that is all the stronger for being resisted, and of considerable psychological significance in the struggle to establish a new society.”

Inderdaad staan wij nu ook weer op een tweesprong: tussen ongeloof en geloof, tussen ondergang en hoop. En tussen deze polen stuitert een levenskracht: het speelveld der Goden. Mijn boodschap lijkt sterk op die van CoBrA: een pleidooi voor activiteit en zoeken, experimenteren en hopen op een weg uit het nihilisme. Dit nihilisme dat zelf met cynisme bejegend wordt! Het ironische is dat het nihilisme bovenal erg aangenaam bleek en pas problematisch wordt, wanneer zij in botsing komt met de ruïnes van een christelijke moraal die nog altijd in onze harten gekerfd is. Men dient enkel de kranten open te slaan, om het ruggengraatloze geweeklaag gade te slaan. Onze moraal past niet meer bij onze nihilistische inborst, maar we zijn er schijnbaar nog niet aan toe dit te erkennen. CoBrA vond een nieuwe moraal in de bevrijding van de geest in het naïeve creatieproces: het einde van snobisme en een verlangen naar kinderlijkheid. Natuurlijk werkt er hier ook al een metafysica, namelijk de gelijkstelling van het kinderlijke met het Goede, maar deze metafysica is in ieder geval een actieve. Het is een metafysica die uitnodigt te proberen, die grenzen openscheurt en in haar tonen oproept tot actie. Het kinderlijke is uiteraard niet gelijk te stellen met het Goede, de zandbak is een slachtveld. Mij lijkt het dat CoBrA op zoek was, niet naar het Goede in het kind, maar naar het op-gaan-in dat de kindertijd zo kenmerkt. Het ontbreken van reflectie (precies omdat dit de bodem van cynisme is), het meestromen in stromen zonder ooit over de oevers te kijken. Een anti-technologische wereldvisie is het in deze zin: een herwaardering van het proces tegenover het eindproduct. Precies dan is ook een Endlösung onmogelijk.

         Er is echter nog een belangrijk verschil tussen de grijns en CoBrA. Waar CoBrA opereert in de waan een horizon uit te kunnen vegen (die van de burgerlijkheid), zal de grijns altijd onder een verdrukkende horizon moeten ploeteren. Metafysica is onvermijdelijk en daarom zal al het ontkennende ook altijd weer bevestigend blijken. De grijns is altijd zowel binnen- als buiten-zichzelf. Het escapisme van CoBrA is voor de grijnzende onmogelijk. Desondanks kan de kunst van CoBrA een nieuw vooruitzicht bieden op hoe de wereld voorbij-de-grijns zou kunnen zijn. Een kinderlijke vrolijkheid van het ongehinderd creëren: het materiaal dat zichzelf vormgeeft, een toegankelijke kunst. Het doet mij ook denken aan de weg van de bevrijding die Deleuze schetst: het ineenstorten van structuren door het bevrijden van verlangenmachines. En in al mijn cynisme kan ik ook niet ontkennen dat mijn hoop op een betere wereld zal steigeren van enthousiasme op het moment dat de meest gekleineerde zakenman zijn pen neerlegt en met een kwast en zwarte verf een dansend figuur op zijn deur schildert. Het spel van betekenis is afhankelijk van actoren die deze betekenis toekennen. Hoe analer wij trachten deze binnen de reeds bekende structuren te temmen, hoe kleiner de kans op de creatieve revolutie wordt. Het is daarom dat de grijns éérst vernietigend moet zijn, dan scheppend. De grijns is in zijn geheel een beweging, geen intensiteit.

         In de verkenning van de relatie schrift/kunst door CoBrA lid Alechinsky, bijvoorbeeld in La Fourmilière (een werk dat na het uiteenvallen van CoBrA is gemaakt), zien we deze vernietigende/scheppende beweging terug: eigenlijk al als een aankondiging van de filosofie van Derrida. In zijn kunstwerken heeft Alechinksy regelmatig de limieten van het schrift opgezocht en deze doorbroken. Hiermee toonde zich een nieuw veld: de kunst van het schrift. Dit verschilt misschien hierin van de Japanse kalligrafen, dat het schrift dusdanig vernield wordt, dat het enkel nog als schrift herkend kan worden, maar niet de gebruikelijke betekenis-dragende functie kan volbrengen. Schrift als drager van boodschap: maar door de druk van het spel breekt het open en krijgt de boodschap een andere weg naar buiten. Inderdaad blijkt er geen grens tussen schrift en wereld te zijn, een Derridiaanse these die in de intuïties van CoBrA al terug te vinden is. In La Fourmilière zien we bijvoorbeeld fragmenten van het schrift terug: referenties naar letters, die losgerukt van de woorden niet meer kunnen spreken. Lijnen die naar elkaar lijken te hunkeren, maar de verbintenis die enkel in de geest van de kijker kan ontstaan. De kijker die zich van zijn eigen kijken bewust wordt (in deze zin kondigt dit kunstwerk reeds het einde van de CoBrA groep aan) en in deze beweging een nieuwe houding aanneemt tegenover de oneindige stroom van symbolen om hem heen. Hun taal is veranderd. Misschien nog wel begrijpelijk, maar de neveligheid van het betekenen wordt in alle openheid getoond. Wat zeggen de kronkels van het fonetische schrift ons? Wat doen ze, wanneer ze teruggeplaatst worden in landschappen waar ze zich nooit thuis hebben gevoeld?

         Alechinsky vernietigt het schrift enkel om het wederom te openen in de wereld. Natuurlijk schrijven wij nog en kunnen wij de taal aanwenden om dingen te bedoelen: het openscheuren van de metafysica van de taal heeft echter de spelonken getoond die hier ten grondslag aan liggen. De vernietiging is scheppend en in de spanning vinden wij de uitdaging om in consistentie te willen blijven geloven.

         La Fourmilière is atypisch voor de CoBrA groep, omdat het niet alleen uitnodigt tot deelname aan de kunst, maar wederom teruggrijpt op de reflectie die verfoeid werd. Het markeert daarom de onvermijdelijke wederkeer van de metafysica in de kunst na het uiteenvallen van CoBrA, terwijl het nog steeds herkenbaar is als een werk beïnvloed door de CoBrA groep. De reflectie die het kunstwerk vraagt is drieledig. Ten eerste op de betekenis van het schrift. Dit heb ik hierboven al kort uitgelegd. Ten tweede op de betekenis van het kijken. Het wordt bij dit soort kunstwerken duidelijk dat het schrijven pas betekenis krijgt in de waarde die kijker toekent aan het symbool. La Fourmilière suggereert bovendien, á la Wittgenstein, dat betekenis geen individueel proces is, maar iets dat in interactie met de gehele ‘mierenhoop’ der maatschappij ontstaat. Alle lijnen op zich zijn betekenisloos, chaotisch, maar achter het geheel lijkt een orde te rusten – of blijkt dit wederom schijn? Dit is het derde punt van reflectie: over de toekennende kracht van betekenis door het maatschappelijke spel. De verborgen vraag is hier natuurlijk: maar betekent het allemaal wel echt iets? En wat vergt het beantwoorden van deze vraag? Een overschrijden van taalspelen? Kunnen wij ons werkelijk ooit uit de mierenhoop plaatsen en hopen dat wij deze vraag kunnen beantwoorden?

         Het cynisme keert dus weder met de reflectie. Alechinsky vormt de brug tussen CoBrA en de grijns: toont de overeenkomsten en overwint de verschillen. De vraag is natuurlijk, welke kunst gaat in de toekomst bij de grijns passen? Welke kunstwerken kunnen de grijns en het voorbij-de-grijns verbinden?

         Deze kunst moet aan verschillende eisen voldoen. Ten eerste moet zij cynisch zijn, om de aanknoping met de huidige tijd te kunnen vinden. Ten tweede moet zij vergetend zijn, dit is de beweging voorbij de grijns. Ten derde zal zij een nieuwe ideologie moeten vertegenwoordigen, die berust op de vergetelheid. Deze drie bewegingen zullen gevangen moeten worden, waarbij de kijker kijkend zijn eigen positie gewaar wordt, dan compleet verdwijnt, dan bovenkomt met nieuwe hoop in zijn drieste hart. Eerder benoemde ik de videokunst als kandidaat voor deze beweging, echter sluit ik niet uit dat het schilderwerk een gelijke functie kan vertolken. Ook hier zien we de tonende / vergetende beweging. Men hoeft enkel zó dicht op een kunstwerk te gaan staan dat de gezichten van de afgebeelden vervormen tot verfstreken om te beseffen dat wat getoond wordt, telkens weer verdwijnt in het proces van de projectie door de geest. De nieuwe kunst moet dit gegeven optimaal benutten, de grens opzoeken van wat de geest nog kan vatten – en op dit vlak de doorbraak bewerkstelligen naar het voorbij-de-grijns en een nieuwe eerlijkheid (zonder ooit het bedrog werkelijk te verhullen).

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s