De tijd van het klimaatprobleem

“La comédie commence avec le plus simple de nos gestes. Ils comportent tous une maladresse inévitable. En tendant la main pour approcher une chaise, j’ai plissé la manche de mon veston, j’ai rayé le parquet, j’ai laissé tomber la cendre de ma cigarette. En faisant ce que j’ai voulu faire, j’ai fait mille choses que je n’avais pas voulues. L’acte n’a pas été pur, j’ai laissé des traces.”

“De komedie begint met het simpelste van onze gebaren. Ze gaan alle gepaard met een onvermijdelijke ongemakkelijkheid. In het reiken van mijn hand naar een stoel, vouwde ik de mouw van mijn jas, bekraste ik de vloer, liet ik de as van mijn sigaret vallen. Tijdens het doen van wat ik wilde doen, deed ik duizend dingen die ik niet wilde doen. De handeling was niet puur, ik heb sporen achtergelaten.”

Emmanuel Levinas in l’Ontologie est-elle fondamentale?

In het kader van de naderende klimaattop wil ik graag bovenstaand citaat van de denker Emmanuel Levinas delen. Hoewel deze zinnen natuurlijk niet direct slaan op het klimaatprobleem, bieden ze een cruciaal inzicht in wat dit probleem zo onmogelijk moeilijk maakt. Ik doel op het inzicht dat wij als mensen met de meest banale keuzes oneindige sporen door het verleden én de toekomst trekken. Dat bij de kleinste daad duizend andere, onbedoelde dingen plaatsvinden.

Traditioneel werd in de filosofie de mens afgeschilderd als een onafhankelijke actor, een autonoom wezen dat het principe kan zijn van zijn eigen keuzes. Maar als we deze actor in de tijd plaatsen, in de context waarin hij leeft, waarin hij beslissingen moet nemen en waartegenover hij zich moet verantwoorden – wat blijft er dan over van deze onafhankelijkheid? Weegt onze vrijheid op tegen de banaliteit van het bestaan?

De ruïnes van het Verlichtingsdenken komen we nog steeds tegen, bijvoorbeeld in het analytische debat over vrije wil. Hier wordt vrijheid nog gezien als de mogelijkheid van een actor vrij te kiezen voor optie A of optie B. Volgen we Levinas, dan schieten we voorbij aan het statische Ik dat zich tegenover een ordelijke werkelijkheid geplaatst ziet: alles wordt troebel, alles kleeft aan alles.

De tijd waarin wij leven, een intuïtief begrip van de tijd, de geleefde tijd. Dit is de tijd die wij subjectief hebben, waarin en van waaruit wij de wereld tegemoet treden. Het is in deze tijd dat de morele dilemma’s, het gewicht van het klimaatprobleem op ons drukt. In de simpelste keuze schiet de verhaallijn van de intuïtieve tijd reeds alle kanten op. Volgen we Levinas, dan is de keuze voor welke kip we vanavond eten, welk pak hagelslag ik in mijn mandje doe of welk soort brood ik koop nooit een keuzemoment dat gevangen kan worden door mijn intenties op dat moment. Aan alle kanten ontsnapt van alles.

De keuze die ik op dat moment maak, heeft bijvoorbeeld betrekking op de geschiedenis van de producten die ik aanschaf. Deze lamp is op een bepaalde manier geproduceerd, de olie in deze benzine is op zo’n wijze gewonnen, het maken van dit plastic heeft tot zoveel uitstoot geleid. Ik beslis hier op het moment van aankoop wat voor een geschiedenis ik wil dat mijn producten gehad hebben. Maar sterker nog: ik beslis ook toekomstig hoe ik wil dat zij geproduceerd gaan worden. Als ik een plofkip koop, ookal is deze plofkip reeds aan zijn einde gekomen, is dit een impuls voor de producent om meer plofkippen te produceren. De reflectie op de geschiedenis is zo een ontwerp van de toekomst.

Levinas doet ons inzien dat de vragen die het klimaatprobleem oproept ons tillen voorbij onze autonomiteit, dat onze keuze ongezien en onbedoeld een plaats heeft in de tijd, ver voorbij het heden waarop deze keuze gemaakt wordt. Een spoor van vernieling, verontreiniging, destructie, tegelijkertijd onzichtbaar en toch aanwezig in het heden. De onmogelijkheid om het volledige scala aan implicaties te overzien die alleen al ons voortbestaan met zich meebrengt, pleit ons niet vrij toch te pogen de juiste keuzes te maken. Enerzijds toont dit perspectief namelijk inderdaad dat ook het klimaatprobleem alomaanwezig is, zelfs in het kleinste van onze gebaren. Anderzijds dient dit inzicht ons niet te verpletteren, maar een poging te laten doen om de juistheid zelfs in onze kleinste gebaren te incorporeren.

Maar wat is deze juistheid? En hoe weet ik in vredesnaam of ik daarnaartoe onderweg ben?