Carnaval als verzetsdaad

.

Outfit van een verzetsheld

Ik ben afgelopen week bezig geweest met het werk van de Russische filosoof en literatuurcriticus Michael Bakhtin (1895 – 1975). Hoewel dit niet zo gepland was, blijkt deze denker uitstekend geschikt te zijn voor deze periode van het jaar (althans, in Brabant): carnaval! Het centrale idee in zijn meesterlijke boek The Dialogical Imagination (jaren ’30 vorige eeuw) is dat de parodie en satire iedere taal openbreken die probeert allesomvattend en absoluut te zijn. Nemen we de kunst van de parodie serieus, dan blijkt namelijk dat dit niet zomaar domme imitatie is, maar dat in deze imitatie de taal zelf als object verschijnt. Hoe zit dit?

In een parodie wordt een manier van spreken geïmiteerd, maar wordt deze buiten zijn originele context genomen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alleen de intentie van de taal verschijnt, waardoor deze oorspronkelijk gevormd werd, maar plots de taal zelf als object naar voren treedt. Het officiële jargon van dokters is bijvoorbeeld zo ontstaan als het nu is, omdat dit binnen de gemeenschap van doktoren zinvol was – het ietwat afstandelijke discours van de dokters staat het toe om het lichaam te beschouwen los van de persoon die het belichaamt. Wanneer Brabant tijdens carnaval volstroomt met bezopen schijnchirurgen en dronken nepartsen, die hoogstwaarschijnlijk het normale doktersjargon zullen toepassen in de schalkse context van het carnaval (denk aan de typische outfit van de Love Doctor) dan ontstaat hier een interessant dialoog van verschillende talen, die in deze dialoog het talige zelf grijpbaar maken. We hebben enerzijds de taal van degene die de parodie uitvoert – waarschijnlijk zelf geen dokter. Anderzijds spreekt de parodiërende persoon in de taal van wat hij parodieert – maar kopieert deze taal natuurlijk niet volledig, juist in de afwijking die zijn eigen taal meebrengt, wordt dit grappig. De Love Doctor kan zijn plastic stethoscoop met diezelfde gebaren van de dokter op de borst van een ietwat dronken indiaan leggen. Hierin worden deze gebaren geparodieerd, omdat ze buiten hun oorspronkelijk intentie getrokken worden. De wijze waarop dit gedaan wordt, is dan weer binnen de taal en intenties van diegene die de parodie uitvoert. In dit geval dus binnen die van de carnavaller met z’n vieze bedoelingen. Het onderwerp van deze grap is de manier van spreken, of doen, van de doktoren zelf, maar dit wordt grappig doordat het binnen de taal van de bezopen situatie van de grappenmaker getrokken wordt. De parodie is dus een interactie tussen contexten, die buiten het gewoonlijke gebruik van de taal treedt (de gewoonlijke context waarin de taal zelf verborgen blijft achter het intentionele).

Samenvattend: de parodie neemt een manier van spreken en brengt dit buiten zichzelf, doordat het vermengd wordt met andere intenties en een andere context. Echter in de parodie is noch de ene, noch de andere manier van spreken overheersend: het kan alleen begrepen worden als een dialoog van twee verschillende vormen van spreken. Hierdoor brengt het de taal buiten zichzelf en staat ons toe op de sociale factoren van het talige te reflecteren.

Maar hoezo is dit dan een verzetsdaad? Ik noem deze manier van parodie een daad van verzet tegen iedere poging om een absolute taal te funderen. Misschien vraag je jezelf af wie er bezig is om zo’n taal te verzinnen, maar toch is het een neiging van deze tijd om hiernaar te streven. Hierbij kan je denken aan Steven Hawkings hoop op een universele theorie van het universum, oftewel één juiste taal om al het gebeuren van het universum in te vangen. Ook het neo-liberalisme, dat om mysterieuze redenen nog altijd zó populair is in het Avondland, beschouwt de menselijke vrijheid als niets dan de mogelijkheid de eigen verlangens bot te vieren in de worsteling met anderen. Deze stroming heeft het denken over nut en zingeving tot zo’n platte taal teruggebracht, dat ik het openbreken ervan door de parodie als een welkome daad van verzet beschouw.

De parodie blijft niet binnen een taal, maar laat deze taal als object verschijnen waarover we kunnen reflecteren. Het toont dat iedere taal uiteindelijk gebonden is aan een beperkte sociale context waarin ze zinvol is, terwijl het tegelijkertijd een alternatief daartegenover zet. Bakhtin noemt taal daarom ook wel een reflectie van het ideologische-historische worden van de mens en de parodie als een poging verschillende sociale werkelijkheden met elkaar in dialoog te brengen. Carnaval is een enorme smeltpot van culturen en discoursen, een steek van het volkse naar elitaire en creëert ruimte om adem in te halen (en nieuwe woorden te inhaleren) binnen een maatschappij die telkens naar één soort discours lijkt te neigen (het technisch-wetenschappelijke). Dat je bier kunt drinken én onderwijl werken aan de vrijheid van je sociale klasse: het wonder van de carnaval.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s