Démocratie à venir

Onder de slogan “Red de democratie!” streed GeenPeil voor de komst van het Oekraïne referendum, waar wij 6 april onze stem kunnen uitbrengen over het voorgestelde handelsverdrag met Oekraïne. Deze slogan onderschrijf ik, al is het op een andere manier dan GeenPeil haar zelf bedoelt. Het democratische aan het opkomende Oekraïne referendum zal niet de uitslag van het referendum zijn, dit zou ik slechts accidenteel democratisch noemen. De werkelijk democratische vraag die het referendum opgeworpen heeft is wat de democratie eigenlijk is en of directere participatie aan de democratie via referenda de juiste weg voor de democratie is. Deze discussie is bij uitstek democratisch, omdat ze de democratie niet als af beschouwt, maar toont dat er binnen een democratie ruimte is voor discussie over haar wezen. De Franse filosoof Jacques Derrida beschrijft dit als la démocratie à venir (de democratie die altijd komende blijft). Deze gedachte zal ik hier aan de hand van het Oekraïne referendum illustreren.

GeenPeil streeft waarschijnlijk naar een ideaal van democratie waarin het volk directe invloed heeft op het wetgevende orgaan in een samenleving. Dit ideaal is sceptisch tegenover het idee van representatie, zoals wij dat in Nederland hebben. Politici zouden verleid kunnen worden andere belangen te behartigen dan die van het volk dat hen verkoos. De vrees is dat er een technocratie ontstaat, een samenleving waarin ‘experts’ bepalen wat het volk zou moeten willen. “Red de democratie” is dan een oproep om de macht directer bij het volk terug te brengen en toont aan dat het vertrouwen in de representatie aan het eroderen is. De politici zouden niet meer ‘voor ons’ spreken.

Echter, doordat het onderwerp van het referendum zó complex is, zou GeenPeil nog wel eens het omgekeerde kunnen bereiken van wat het beoogde. Ikzelf en veel mensen om mij heen hebben ontzettende moeite te bepalen wat verstandig is om te stemmen. Er blijft veel onduidelijk en een gegronde stem vereist eigenlijk dat je het gehele verdrag van honderden pagina’s bestudeert, plus dat je een goede kennis opdoet van de politieke geschiedenis van Oekraïne. Dit leidt ertoe dat velen sceptisch zijn geworden tegenover het idee van dit referendum überhaupt. Deze complexiteit wijst ons er misschien zelfs op waarom we een representatieve democratie hebben: zodat we deze beslissingen uitbesteden aan politieke partijen, die de middelen en de tijd hebben (of zouden moeten hebben) om de gevolgen van de keuze te overzien.

De discussie verplaatst zich dus naar de aard van de democratie. Deze discussie vind ik zelf een erg waardevol gevolg van het referendum. Het toont dat de democratie nog niet af is. Er wordt opnieuw gesproken over wat het betekent een democratisch land te zijn, wat het betekent te stemmen en hoe de burgers invloed zouden moeten hebben op de beslissingen van de politiek. Dit is volgens Derrida wat de kracht van de democratie is: nog niet volledig bepaald te zijn. Juist doordat democratie geen vaste ‘essentie’ heeft, heeft het als systeem een toekomst. Democratie kent geen vaste vorm (zie bijvoorbeeld al de verschillen tussen Europa en de Verenigde Staten) en hierdoor staat de vorm die het zou moeten nemen in principe altijd ter discussie. De democratie is daarom altijd komende: telkens als ze een vorm aanneemt, laat ze ruimte open om deze vorm te betwijfelen.

Dit maakt de keuze om wel of niet te stemmen niet makkelijker. Jouw stem is niet alleen een stem voor of tegen het verdrag, maar ook een stem voor of tegen referenda. Dit is de verantwoordelijkheid van de burgers van een democratie: te werken aan een politiek systeem dat telkens opnieuw de eigen horizon verlegt.

Advertenties