Een goed leven – door Socrates

266px-Socrates_Louvre

Het is een verantwoordelijkheid van de mens haar leven zelf zinvol in te richten. Zoals Nietzsche al schrijft, is de mens namelijk het ‘nog niet vastgestelde dier‘. Of, we zijn het dier dat zichzelf kan bevragen – zichzelf nog als vraag kan zien. Hierdoor komen wij oog in oog met onze toekomst te staan en met de vraag hoe wij worden wie wij zijn. We kunnen principes overwegen om naar te leven. We kunnen trachten, met of tegen onze verlangens in, onze levens vorm te geven.

Positie van de sofisten

Al rond 380 v. Christus wordt de vraag naar het goede leven gesteld, door een zekere Socrates. In de dialoog Gorgias, opgetekend door Plato, bevraagt Socrates enkele denkers (de sofisten) die beweren dat een goed leven een leven met zoveel mogelijk plezier is. Volgens hen gaat het er om zelf zo sterk mogelijk te worden, niet onderdrukt te zijn, en te kunnen doen wat jou het meeste plezier zal brengen. Ze verwijzen hiervoor naar de natuur, waar het sterkere over het zwakkere heerst om de eigen verlangens te kunnen bevredigen.

Een goed leven is dan een machtig leven, waarin de meest intense bevrediging van de diepste verlangens het hoogste goed zou zijn. Dit ideaal leeft nog steeds. Denk bijvoorbeeld aan rapper Sevn Alias, wanneer die het refrein inzet: “Ik wil een Bentley, een trip naar LA en een huis aan het strand in Miami.” Of aan business goeroe Tai Lopez, die ons beweert dat het Goede Leven uitmondt in alles kunnen doen wat je wilt. Voor hem betekent dat een hoop gezwam rondom zwembaden  (gevuld met modellen), ‘wijsheid’ verkrijgen door één boek per dag erdoorheen te jagen, en natuurlijk een Lamborghini in zijn garage.

Positie van Socrates

Socrates vraagt aan deze sofisten wat er precies ‘goed’ is aan plezier. Laten we plezier zien als een bevrediging van een verlangen. Volgens Socrates, echter, is verlangen een staat van pijn: we willen iets hebben dat er nu niet is. Bevrediging, en het bijbehorende plezier, is dan het opheffen van deze pijn. Ontstaat hierbij iets ‘goeds’? Volgens Socrates is de persoon die zijn verlangen bevredigd heeft weer terug op het niveau waar hij was, voordat hij dit verlangen had. Inderdaad heeft hij plezier beleefd, maar alleen doordat er eerst een pijn was. Omdat plezier zo altijd gepaard gaat met een staat van pijn (verlangen), kan het niet volledig goed zijn.

Maar wat is dan wel het goede leven? Socrates verheldert zijn positie met een vergelijking tussen koken en de geneeskunde. Een kok probeert een gerecht te maken, dat zo lekker mogelijk is. Of dit gezond is, of goed voor het lichaam, dat is van secundair belang. De geneeskunde echter (en hierom mag ze volgens Socrates een ‘kunst’ heten) probeert het lichaam in een gezonde en goede staat te brengen. Het medicijn smaakt bitter, levert geen plezier op, maar is desondanks dat wat het lichaam geneest. Plezier en het goede zouden daarom twee verschillende zaken zijn. Zo moeten we, volgens Socrates, in het algemeen ook over onze levens denken: niet alleen plezier beleven is van belang, maar het is zaak om bovenal onze levens ‘juist’ in te richten.

Voor Socrates hangt dit samen met het zoeken naar waarheid. De filosoof probeert te achterhalen wat in waarheid het goede is. Het goede leven is daarom ook een leven dat zichzelf durft te bevragen. Net zoals een staatsman zou moeten streven naar een goed leven voor zijn onderdanen, zo moet de ziel trachten het leven hier op aarde zo juist mogelijk in te richten. Het denken is een onderzoek naar wat dit juiste kan zijn – maar zoals iedere filosoof weet, is denken niet altijd iets dat direct veel plezier oplevert (eerder diepe fronzen en rimpels). Hiermee worden plezier en het goede gescheiden.

Evaluatie

Het blijft natuurlijk nog raadselachtig wat het goede is. Dit komt, denk ik, omdat het goede zich alleen presenteert als een vraag en een opdracht. Ik onderstreep Socrates’ gedachte dat plezier en het goede twee verschillende dingen zijn. Het goede, als opdracht, kan ons oproepen te breken met een economie van het plezier, of zelfs om goed te doen voorbij de genoegdoening die dit geeft. Dit is natuurlijk zeer Christelijk: het goede moeten we niet alleen doen om onze eigen ziel te redden, maar juist vanuit werkelijke liefde voor de Ander (of de waarheid). Een cynicus kan zich natuurlijk afvragen of zoiets mogelijk is – een spanning die altijd speelt rondom concepten als altruïsme en liefdadigheid.

Deze spanning kan ik hier niet oplossen, maar ik wil wel erop wijzen dat dit cynisme alleen standhoudt als we de mens zien als iets dat los van haar relaties tot anderen gezien kan worden. Deze aanname speelt nog ook nog in Socrates, maar wordt in de 20e eeuw vanuit de fenomenologie werkelijk bevraagd. Hier wordt het menselijk bewustzijn gedacht als altijd betrokken op iets, en niet als een ‘subject’ los van de wereld. Dit betekent ook dat het zelf niet los te denken is van de relatie tot de wereld. Daarom zou het altruïsme niet alleen goed zijn voor jezelf, maar ook voor de relaties die je onderhoudt met het Andere. Wat het goede kan zijn – dit blijft een vraag, maar een vraag die ons voorbij het kleine cirkeltje van het zelf trekt.

Advertenties