Welkom in het Anthropoceen!

Welkom in het Anthropoceen! Zonder het te weten – of heb je de geruchten gehoord? – heb je een geheel nieuwe geologische epoche betreden. Nog sterker: misschien ben jij zelf zelfs al geboren in deze epoche en misschien waren zelfs jouw ouders al een product van deze nieuwe tijd van exponentiële groei en verwoesting. Dit artikel voert je in tot de vragen rondom het Anthropoceen, dit concept dat zoemt door de academie in vele vormen, zonder reeds zijn uiteindelijke manifestitatie gevonden te hebben.

Kort door de bocht

Voordat ik het gas terugneem en enkele van de eindeloze nuances ontvouw die in dit concept besloten liggen, zal ik een  grove beschrijving geven van wat het Anthropoceen als concept aanduidt. Het Anthropoceen is de naam voor een nieuwe geologische epoche, waarin de mens (één van) de meest invloedrijke geofysische factoren is op aarde. Oftewel: de mens bepaalt (net als vulkanen, oceaanstromen, geothermiek, etc.) hoe het aardoppervlak eruit ziet. Big deal, denk je misschien, gewend als wij nu zijn aan steden, wegen, computers, kernreactoren en landbouw. Wat het Anthropoceen in deze eerste definitie aanduidt is echter dat al deze artefacten niet zomaar binnen de kaders van het ecologische systeem van de aarde geplaatst zijn, maar actief dit kader veranderen – en bovendien zó ingrijpend dat andere ‘natuurlijke processen’ op de tweede plaats dreigen te raken in het lijstje van meest invloedrijke factoren voor het klimaat.

Misschien ken je de grafieken die tonen hoe na de jaren vijftig van de vorige eeuw op verontrustende wijze een aantal ontwikkelingen exponentiële vorm aannamen. Zo zag de vorige eeuw een exponentiële stijging van de wereldbevolking, van energieverbruik, waterverbruik, mestgebruik en massatoerisme. Co2 niveaus namen toe van ongeveer 280 ppm tot 408 ppm. En nu begint ook het klimaat langzaam warmer te worden, in het kielzog van deze ontwikkelingen. Dit alles duwt de aarde richting een volkomen andere staat van zijn. Men beschrijft deze fenomenen onder de noemer van de Grote Acceleratie. In zoverre deze ontwikkelingen aan ‘ons, de mensen’ zijn toe te schrijven, is het Anthropoceen de verzamelnaam voor de crisis die zich hier voltrekt.

Paul Crutzen, de wetenschapper die ontsteld het Anthropoceen aankondigde toen hij op een conferentie besefte dat de voorgaande periode van het Holoceen ten einde aan het komen is, pleit voor een verdere technificering van onze relatie tot de aarde als reactie op deze transitie. De omvang van de veranderingen rechtvaardigt (of vraagt zelfs om) geo-engineering, oftewel een technische manipulatie van het klimaat, zodat het binnen de parameters kan blijven van deze semi-stabiele toestand die ons toestaat te leven zoals we doen. Klimaatproblematiek wordt dan niets meer dan een technisch probleem. Mensen die mijn standpunten kennen, weten hoe sceptisch ik over dit idee ben.

Hoeveel Anthropocenen?

Het begrip van het Anthropoceen lijkt in eerste instantie helder. Het probleem: klimaatverandering. De oorzaak: wij. De oplossing: beter gebruik van onze technieken. Al gauw, echter, kwamen er weldenkende, kritische stemmen op die deze eerste natuurwetenschappelijke benadering van het Anthropoceen bevroegen. Bedenk bijvoorbeeld het volgende. Het Anthropoceen wijdt de huidige verandering aan de antropos, oftewel, ‘de mens’. Wie is deze mens? Wel, in ieder geval niet de oerwoudbewoners in de Amazone, en ook niet de arme boer in Azië die met beperkte middelen zijn land verbouwt, ook niet de Amerikaanse environmentalist die verkast is naar een Co2-neutrale organische boerderij. Wat het concept van het Anthropoceen stiekem doet, is het samenpersen van een mensheid die bestaat uit een oneindig spectrum aan diversiteit tot een eenheidsworst waarin eigenlijk iedereen te reduceren is tot de Westerse consument en diens plaats in het kapitalistische systeem dat bovenal de verantwoordelijkheid draagt voor het voortijdige einde van het Holoceen. Niet iedere mens, niet iedere samenleving heeft evenveel bijgedragen aan de komst van het Anthropoceen. Wie is dus de antropos van het Anthropoceen werkelijk? Dit kunnen we pas écht beantwoorden als we begrijpen wat het begin van het Anthropoceen inluidt. Wanneer begon het Anthropoceen en aan welke symptomen lezen wij dit af?

Hierover is geen consensus. De ene wetenschapper legt het begin bij de introductie van landbouw, enkele duizenden jaren voor Christus. Toen begon de mens namelijk radicaal het voorkomen van de omgeving te veranderen om verder en verder de ‘natuurlijke’ processen te veranderen. Anderen stellen dat het Anthropoceen begint bij de Industriële Revolutie, wanneer via de industrialisering grote hoeveelheden Co2 de lucht in beginnen te komen. Weer anderen stellen dat het Anthropoceen pas echt begint in de jaren vijftig, wanneer de eerdergenoemde Grote Acceleratie van start gaat.  In al deze versies van het Anthropoceen valt een andere antropos aan te wijzen die verantwoordelijk is voor wat we nu aanschouwen.

Hiermee is het ‘wij’ van het Anthropoceen geproblematiseerd. Maar ook ‘de oplossing’ valt niet zo simpel uit te leggen als Paul Crutzen in eerste instantie lijkt te willen doen. Geo-engineering strijkt in tegen de haren van menig natuuractivist. Als technologie de oorzaak van het Anthropoceen is, welke garanties hebben wij dan dat dit ook de oplossing gaat zien? Bovendien, richting welk klimaat willen wij streven? Welk klimaat is het ‘juiste’ voor de mens? Het Holoceen, de voorgaande periode, heeft geleid tot grote ongelijkheid in de wereld. Bovendien heeft het Holoceen zelf ook fluctuaties in de staat van het klimaat gekend. Welke van haar staten is wenselijk om te herhalen, zelfs als we garanties zouden hebben dat dit lukt? Onder het mom van een quick fix springt geo-engineering al te gemakkelijk over de politieke vragen heen, om nog maar te zwijgen over de vraag wie het recht heeft om voor de gehele wereld deze kwesties te beslechten. Een vraag die we overigens ook aan president Trump zouden kunnen stellen, die met zijn terugtrekking uit het klimaatakkoord als de meest klunzige klimaat-engineer gezien mag worden.

Kortom, zelfs na de constatering dat we naar een volledig nieuwe klimatologische toestand bewegen, is het nog niet duidelijk a) hoe deze toestand te definiëren is en b) wat een juist reactie op haar zal zijn.

Stratigrafische oplossing

Een suggestie die ik bijzonder krachtig vind, is die van Jeremey Davies in zijn boek The Birth of the Anthropocene (dat iedereen met enige interesse in het onderwerp zou moeten lezen!). Bovenstaand betoog stoelt sterk op Davies’ lezing van de problematiek rondom het concept. Zijn eigen idee is dat het Anthropoceen stratigrafisch  gedefinieerd zou moeten worden. Dat wil zeggen: volgens de methoden die geologen ook gebruiken om voorgaande tijdperken vast te stellen. Meestal geschiedt dit door te zoeken naar een zogenaamde golden spike, een marking in de stenen lagen van de lithosfeer die een grote ommezwaai in het klimaat aanduidt. Ideaal is dit een markering die goed herkenbaar is en die wereldwijd voorkomt. Een voorbeeld van zo’n golden spike is het moment dat mogelijk het Holoceen gaat verdelen tussen een Vroege en een Middel Periode – toen liep het grote Agassiz-Ojibway meer leeg in Hudson’s Bay, wat globale koeling ten gevolge had. Dit evenement valt te lezen in ijskernen die geboord zijn in Groenland, waar het ijs op een bepaalde diepte duidelijke sporen van plotselinge koeling toont (Davies, 2016, 189).

Nog altijd, echter, blijft dan de vraag openstaan welke gebeurtenis de epoche van het Anthropoceen zou kunnen inluiden. Davies zelf doet de suggestie om als marker sporen van plutonium te nemen, die na 1952 door het testen van nucleaire wapens in de lucht terecht kwamen. Deze sporen zullen uiteindelijk in de bodem verdwijnen en daarna voor toekomstige geologen duidelijk zichtbaar zijn (105-108). Dit betekent voor Davies overigens niet dat het Anthropoceen te reduceren valt tot deze marker, zodat enkel de wetenschappers en militairen die deze wapens ontwierpen de kwaadaardige krachten achter het Anthropoceen zouden zijn.  Deze marker is enkel een heuristisch middel om een grotere verandering te herkennen op een geologische wijze. Dus nogmaals: wiens Anthropoceen?

Voor Davies is deze vraag niet langer relevant. In plaats van het Anthropoceen te definiëren als die epoche waarin “de mens tot een geofysische factor” verworden is, kiest Davies ervoor om het Anthropoceen strikt te benaderen als de verzameling aan geofysische veranderingen die nu plaats grijpt. “De mens” is hiervoor niet “de oorzaak”, immers is het niet zo alsof ‘wij’ met volledige controle nu bepalen wat zeestromen doen, alsof ‘wij’ eigenhandig de ijskappen doen smelten. Eerder is het zo dat er nu fenomenen op aarde zijn verschenen, zoals fabrieken en energiecentrales, die voorheen relatief stabiele processen veranderen, zodat het geheel van het ecosysteem op aarde een andere staat aan zal nemen. Er is niet één mensheid die dit bewerkstelligt, maar er zijn clusters aan krachten (economisch, politiek) die hun invloed doen gelden op het algehele klimaat.

In geologische zin is dit just another catastrophe. De geologische geschiedenis van de aarde is gespekt met zulke gebeurtenissen. 400 miljoen jaar geleden zorgde onder andere de Archeopteris-boom door Co2 reductie voor merkbare afkoeling van de aarde (118-119). Het was natuurlijk niet de boom zelf die koelte produceerde, als een woud aan ijskasten, maar enkel het veranderen van relaties en processen die hierdoor een andere kant uit begonnen te stromen – richting een kouder klimaat.

Bezien in termen van veranderende processen is er dus geen ‘mens’ die te definiëren is als schuldige. De veranderingen ontstaan door een pluraliteit aan praktijken die elke ook andere processen beïnvloeden. Opgave is het daarom niet om een Pure Natuur te herstellen, vrij van menselijke invloeden, maar om in te zien dat het handelen van alle mensen plaats vindt binnen een dynamische natuur (die via catastrofen en revoluties zichzelf ontwikkelt). Het Anthropoceen verwijst dan dus niet naar De Mens, maar naar een set aan veranderingen die nu plaatsgrijpen door verschillende praktijken op aarde. Let wel: dit betekent niet dat ‘wij’ vrij zijn van schuld of verantwoordelijkheid over deze veranderingen. Echter, in plaats van de gehele mensheid als een monoliet aan de schandpaal te nagelen, moeten we onderzoeken hoe bepaalde praktijken invloed hebben op hun omgeving en ons kritischer verhouden tegenover economische en politieke processen die deze Grote Acceleratie aanwakkeren.

Richting een transcendentaal begrip van het Anthropoceen

Met ingehouden adem las ik het boek van Davies. Ook ik dacht voorheen namelijk dat het Anthropoceen te definiëren viel als de intreding van De Mens tot de orde van Grote Natuurkrachten. Als het Anthropoceen iets aanduidt, is het echter dat er nooit een scheiding was tussen mens en natuur – bovendien dat het zinloos is om over één mensheid te spreken. Door Davies’ situering van het Anthropoceen binnen de geologische tijd ben ik bovendien gaan inzien dat het drama nog groter is dan dat, dat ogenschijnlijk kleine schommelingen in temperatuur enorme gevolgen kunnen hebben. Schommelingen van vijf graden zijn genoeg geweest om ijstijden in en uit te luiden. Het lijkt onvermijdelijk dat de aarde komende decennia twee graden zal opwarmen, waarvan de gevolgen dus ook verreikend zullen zijn. Davies’ visie toont hoe het Anthropoceen als geologisch tijdperk behoort tot transities zo groot als de Cambrian Explosion, zo’n 542 miljoen jaar geleden, toen het leven op aarde zich met grote snelheid begon te ontwikkelen, of het einde van het Mesozoïsche tijdperk door de inslag van de komeet die het einde van de landdinosauriërs betekende.

Wat Davies echter lijkt te missen is een discussie over de voorwaarden voor de kennis over het Anthropoceen. Een geologische herduiding van het begrip berust natuurlijk op het wetenschappelijke wereldbeeld, waarin objectief vaststelbare sporen als golden spike kunnen dienen. Ik ben het met Davies eens dat dit een productieve manier is om over het Anthropoceen na te denken. Toch mist deze neutralisering van het begrip een belangrijk aspect. Als we namelijk doorvragen hoe het mogelijk is dat wij mensen deze kennis over de ‘objectieve wereld’ vergaren, dan stoten we al snel op het probleem van de geschiedenis. Davies herduidt de geschiedenis van de aarde als de grond vanaf waar de huidige problematiek te bezien valt. De menselijke geschiedenis krijgt zijn plaats in deze grotere geschiedenis.Een probleem van deze beweging is dat wijzelf afstandelijk lijken te kunnen nadenken over deze geschiedenis, terwijl ons gesitueerd-zijn in haar deze afstandelijkheid volledig ontkent.

Dit inzicht verruimt de blik die Davies biedt (die zelf als een verruiming geldt voor een louter antropocentrische visie op het Anthropoceen).  Dit leidt tot de volgende twee interessante fenomenen. Ten eerste, dat deze overgang de eerste overgang is die gedacht wordt. Voorgaande transities zijn pas in terugblik te herkennen, de mens is de eerste (voor zover wij weten) die niet enkel de geschiedenis van de aarde ondergaat, maar haar ook conceptualiseert. Dit maakt dat we het Anthropoceen niet geheel als just another catastrophe kunnen definiëren. Ten tweede, namelijk, zijn de wezens die het Anthropoceen inluidden ook die wezens die hierin hun eigen einde kunnen voorzien. Wij mensen zijn geen ‘ongeïnteresseerde’ observatoren van een louter geologisch proces, maar historische actoren die zelf überhaupt functioneren als voorwaarde voor deze geschiedenis. Het Anthropoceen wordt daardoor ondergaan door de mensen, zonder wie dit concept als concept niet zou bestaan, zonder wiens handelen de transitie niet zou plaats vinden en die zelf deze transitie kunnen zien als de voorschaduwing van het einde van hun samenleven.

Mijn stelling is daarom dat wij Davies’ analyse kunnen behouden, maar moeten aanvullen met een filosofische discussie over de mogelijkheidsvoorwaarden van het Anthropocene. Binnen de filosofie noemen wij dit de transcendentale vraag. Wat zijn de condities voor de mogelijkheid van een Anthropoceen? Als we Davies’ wijde visie accepteren, dan betekent dit dat we het conceptualiseren van het Anthropoceen moeten zien binnen het kader van een geologische geschiedenis (waartoe wij, en dus ons denken, behoort). Dit levert dan ook een bredere visie op voor de mogelijke gevolgen van de ramp die zich voltrekt. Deze grijpen niet alleen in op ons overleven, maar ook in de geschiedenis van de rationaliteit die, net als de dinosauriërs, met een explosie van de aarde kan verdwijnen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s