Wat is Permacultuur?

 

Het gebeurt niet vaak dat er vanuit de groene beweging goed nieuws opborrelt. Trump, natuurrampen, voortschrijdend uitsterven van onze medewezens. Het is allemaal niet mis en het maakt ons, natuurliefhebbers, gemakkelijk tot verbitterde zeurkousen, die dreigen ten onder te gaan in hun eigen gelijk. Onze groene vingers worden tot de terechtwijzende vingers van de zelfbenoemde leraren van de mensheid. Het blijft al te vaak bij kritiek, een klaagzang op het kapitalisme, op de achteloosheid van de consument, terwijl reële alternatieven uitblijven. Er is veel reden tot fronsen, weinig reden tot lachen. Maar er bestaat – godzijdank – een andere tendens binnen de milieubeweging! Lachende ecologen! Optimistische buitenmensen! Voor mij was het een verademing om deze vrolijke environmentalists te horen over hun medicijn voor onze zieke aarde: permacultuur. Hoe meer ik mij verdiep in deze wijze van kijken en denken, hoe enthousiaster ook ik word. Een mogelijke toekomst voor onze landbouw, voor onze biodiversiteit, voor onze olieverslaafde samenleving begint met een eenvoudige ommezwaai in hoe wij ons verhouden tegenover niet-menselijke wezens. Permacultuur bewijst de kracht van het (helaas wat clichématige) “met de Natuur, niet tegen haar!” In deze blog leg ik uit wat de kerninzichten van de permacultuur zijn, als ook waarom ik filosofisch grote potentie voor deze wijze van handelen herken.

Permacultuur

De term permacultuur ontstaat uit het onderzoek van twee Australische onderzoekers, Mollison en Holmgren. Zij waren beiden ontevreden met de Groene Revolutie  die in de jaren zeventig over de wereld woekerde in een walm van pesticiden, herbiciden en kunstmest. Zij observeerden hoe in het gewone landbouwsysteem met pijn en leed ieder jaar de akkers opnieuw ingezaaid en bewerkt moesten worden, hoe grote monoculturen drukten op biodiversiteit, hoe boeren wegens hoge leningen moesten stoppen met hun bedrijven (om deze over te dragen aan een steeds kleiner aantal grootbedrijven), hoe gif over de gewassen gegoten werd om in liters de bodem in te sijpelen. Mollison en Holmgren zagen dat enkel met behulp van de grootste inspanning door de boeren het land vruchtbaar gehouden kon worden, terwijl deze boeren steeds verder vervreemd raakten van hun producten.

Maar zij zagen ook een alternatief. Zij zagen de mogelijkheid voor een permanente agricultuur, oftewel een perma-cultuur. In plaats van het forceren van natuurlijke processen om een systeem in één homogene staat te krijgen, stelden zij voor om maximaal gebruik te maken van de energie waarmee planten en dieren hun levens voltrekken. Gebruik complextiteit: onderdruk het niet! Het idee is dat door opmerkzaamheid voor de karakteristieke eigenschappen van het landschap, van de organismen die hier kunnen leven, een systeem opgezet kan worden dat grotendeels zelfregulerend is, zichzelf bemest en netto meer aan energie oplevert dan erin gepompt hoeft te worden.Volgens Holmgren en Mollison is dit systeem te verwezenlijken door de natuur niet een monocultureel korset aan te meten, maar haar neigingen te volgen en te benutten.

Permacultuur kijkt bovenal holistisch naar een landbouwgebied. Het observeert gewassen niet enkel in termen van hun waarde na oogst, maar beoordeelt ook wat zij doen voor het ecosysteem waar zij een deel van uit maken. Een groot maïsveld levert uiteraard veel maïs op, maar het biedt geen bescherming tegen storm, het kan regenwater niet goed vasthouden en het biedt weinig leefruimte voor bestuivende insecten. Permacultuur werkt daarom liever met polyculturen: verzamelingen aan gewassen die in symbiose samenwerken. Zo kunnen paddenstoelen en schimmels in de bodem de wortels van planten helpen om mineralen uit de grond op te nemen, terwijl zijzelf suikers van de planten krijgen. Als je een eetbare schimmelcultuur weet te onderhouden, dan heb je dus zowel sterkere planten, als een paddenstoelenoogst! Talloze van deze symbioses worden ingezet om de robuustheid van een systeem te garanderen.

Een ander cruciaal inzicht van de permacultuur is het belang van de bodem. De bodem is niet enkel dode aarde waarin zaden geworpen kunnen worden, maar bestaat in feite uit een ongelooflijk complexe interactie tussen duizenden kleine organismen die reststoffen afbreken. Zo raakt de bodem vruchtbaar voor vegetatie. Een duurzame landbouw begint daarom bij het stimuleren van deze processen in de bodem. Permacultuur probeert de bodem bedekt te houden met organisch materiaal, zodat deze organismen altijd voeding hebben en zodat de bodem vochtig genoeg kan blijven. Welk voorbeeld je ook vindt van permacultuur, belangrijk zal altijd zijn dat gewassen en structuren beoordeeld worden op hun multifunctionaliteit en hun waarde voor het systeem als een geheel. Het ideaal is een zelfregulerend, robuust systeem, dat naast voedsel voor de mensen ook een thuis kan bieden aan een groot aantal andere soorten. Het land is dan niet iets waarop wij onze orde moeten persen, maar eerder volgen wij de orde in het land.

Filosofische implicaties

Wie de documentaires van de VPRO heeft gezien over de successen van permacultuur, zal waarschijnlijk mijn enthousiasme delen over de agrarische potentie van de permacultuur. Als filosoof lees ik in de permacultuur echter ook andere veelbelovende mogelijkheden voor ons begrip van de wereld. Permacultuur kan ons leren van een begrip van de Natuur als Object, tot een begrip van haar als Subject te bewegen. Wat bedoel ik hiermee? Een ‘objectieve’ Natuur is een Natuur die een object is voor het (menselijk) handelen, maar die zelf slechts een verzameling aan voorwerpen is, onderworpen aan een onverbiddelijke causaliteit. De Natuur krijgt pas waarde als zij door menselijke subjecten geconsumeerd wordt. Natuur als object is de Ander van de mens als subject.

Een subjectief begrip van de Natuur plaatst daarentegen niet de menselijke subjectiviteit tegenover haar, maar in haar. De mogelijkheid tot denken is niet een bevrijding van de mens uit de Natuur, maar een verwezenlijking van haar. Niet langer staat de mens tegenover een Natuur die beheerst en getemd moet worden, in rechte banen geleid, bedwelmd met gif. Vanaf nu is de mens betrokken in de gemeenschap van wezens, neemt de mens deel aan het ecosysteem in plaats van dit enkel te observeren. De ethische principes van de permacultuur benadrukken dat haar systemen gunstig moeten zijn voor de aarde, als ook voor mensen. De permacultuur overwint hiermee de scheiding tussen mens en Natuur, toont dat wij altijd al in wisselwerking met andere wezens bestaan.

In deze wisseling vindt daarom ook een verandering voor de mens plaats. Waar de objectieve Natuur de mens tegenover haar stelt als een consument, die als subject het object gebruikt, stelt de subjectieve Natuur de mens in staat een producent te zijn. Het handelen van de mens verbruikt in permacultuur niet, maar schept nieuwe condities voor productievere systemen. Het handelen van de mens leidt tot een verlies aan entropie, niet tot een vergroting van haar.

We zijn misschien vergeten dat ons lot fundamenteel verbonden is met dat van alles wat leeft en kruipt, maar wanneer wij zien wat de permacultuur bereikt door te luisteren naar deze interacties tussen mensen en niet-mensen, dan treedt dit verbond weer naar de voorgrond. Dit is natuurconservatie door participatie, die niet stopt in wildernisreservaten maar van ons vergt ook de steden met nieuwe ogen te bezien: ook dit is Natuur en ook hier kan een juiste verhouding ten opzichte van de neigingen der dingen in ieders voordeel werken. Denk aan de introductie van groene corridors door steden, die water kunnen vasthouden (dat nu ongeremd in hevige regenbuien het riool in kolkt met overstromingen tot gevolg), die de luchtkwaliteit verbeteren en beschutting bieden voor predatoren van ratten en muizen (die zelf nu ook buitenshuis genoeg eten kunnen vinden). Utopisch? Allerminst! De permacultuur heeft woestijnen tot oases gemaakt, zij kan ook steden tot bruisende centra van biodiversiteit maken. Als wij leren kijken naar de dingen in andere termen dan enkel consumptief, dan zal blijken hoeveel kracht, hoeveel mogelijkheid er werkelijk in hen besloten ligt. Niet tegen de Natuur, met haar!

De Natuur zien als een Subject, waarin onze eigen subjectiviteit ook besloten ligt. Dat betekent: de Natuur zien in haar handelen en niet enkel als een verzameling aan objecten. Wij kennen voornamelijk het laatste perspectief, vanuit waar de monocultuur een schatkamer lijkt. Zien wij dat de Natuur voornamelijk handelen is, dat het product enkel de laatste fase is van een lang proces, dan lijken deze velden aan maïs plots woestijnen. Hier is geen symbiose, op eigen trillerige kracht verheffen de planten zich uit een dorre, overbemeste bodem richting een hemel waaruit de wind ongeremd aanwaait, de regen in grote droppen neerkeilt op de aarde die barst. Het is zoveel logischer om de complexiteit van deze aarde te benutten, in plaats van haar te onderdrukken. Het enthousiasme waarmee organismes zich vermenigvuldigen als wij dit doen, werkt terecht door in het enthousiasme van de permacultuurontwerper. Met de Natuur, niet tegen haar!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s