Naar de dingen zelf! Bordewijk en Morton (II)

Timothy Morton (1968-heden) wordt tegen wil en dank de filosoof-profeet van de mondiale klimaatcrisis genoemd. Hij is te bescheiden om zich filosoof te noemen, te onzeker om een profeet te zijn. De boodschap die Morton uitdraagt is er namelijk één van aarzeling. In de crisis van het complexe aardsysteem zijn we het overzicht kwijt en we gaan dit volgens hem nooit meer terug vinden. Morton is hooguit een profeet die toegeeft de weg verloren te hebben.

Volgens Morton scheidden wij in het Westen de mensen van de natuur. Zo konden we vanaf veilige afstand nadenken over technieken waarmee wij de omgeving naar onze hand konden zetten. In de klimaatcrisis zijn we ons juist opnieuw bewust geworden van onze verbinding met de wereld, die zo sterk is dat het onmogelijk wordt om de natuur nog van de mensen te onderscheiden. We leven op een zeer complexe aarde, waarin dingen als mensen, Co2, bossen en nucleair afval allemaal op elkaar reageren, niet meer uit elkaar te halen zijn. Als een bol touw in de war. De ‘natuur’, dat betekende afstand tot de wereld: wij zijn volgens Morton nu echter neergestort als simpele objecten tussen de andere objecten. Wij kunnen de wereld niet langer afzijdig bekijken, wij staan er midden in – en deze positie blijkt ontzettend fragiel. De mens is geen heerser over de dingen, maar een gelijke aan hen geworden.

In mijn vorige post besprak ik de visie op de relatie tussen mensen en dingen van Bordewijk. Ik liet  aan de hand van een voorbeeld zien dat Bordewijk over de stad sprak als een ding dat weliswaar door mensen gemaakt is, maar tóch ook aan de menselijke controle ontsnapt. Je zou kunnen zeggen dat Bordewijk stelde dat het geheel groter is dan de som der delen. Voor de stad betekende dit dat de mens alle onderdelen van de stad schept, maar het karakter van de stad als geheel niet. In deze blogpost verkennen we een andere weg, de weg die Timothy Morton inslaat. Hij heeft een gelijke fascinatie voor de dingen, maar stelt dat het geheel van een stad los staat van de delen. Het zijn, in de woorden van Timothy Morton, twee andere objecten. Ik zal uitleggen wat dit betekent en wat de link is met het ecologische schrijven van Bordewijk.

London, een hyperobject

Om te begrijpen hoe mensen zich tot objecten als steden verhouden, introduceert Morton het begrip hyperobject. Deze hyperobjecten zijn zó groot, dat wij ze nooit in één keer kunnen waarnemen of omvatten. Ze overstijgen de menselijke maat voor tijd en ruimte. Denk bijvoorbeeld aan klimaatverandering. Dit is een ‘object’ dat we alleen maar via dagelijkse metingen van het weer kunnen waarnemen, terwijl het verwijst naar veranderingen die effecten hebben van honderdduizenden jaren. We kunnen deze verandering niet direct zien, maar toch is ze aanwezig – als een rafelige, zwarte wolk. Klimaatverandering bestaat, maar alleen als een object dat we slechts beetje bij beetje kunnen zien, nooit in één keer. Klimaatverandering is een hyperobject.

In een paragraaf die mij aan Bordewijk deed denken, schrijft Timothy Morton dat ook de stad een hyperobject is. Dat betekent dat niemand ooit het geheel van de stad ziet. “A city contains all kinds of paths and streets that one might have no idea of on a day-to-day basis” (Morton, 2013, 90). Al zou je in een helicopter over de stad razen en tot aan de stadsranden kunnen zien, dan nog zou je de stad niet gezien hebben. Je zou het perspectief missen van de mensen die in London wonen, die de stad tot leven brengen. Je zou niet zien hoe het is in de huizen, hoe het ruikt en voelt. Je zou ook de geschiedenis niet zien, waarvan de gebouwen en straten in London monumenten zijn. De stad is daarom een hyperobject, een object dat écht bestaat, maar dat nooit helemaal te omvatten is. “You could live in a city such as London for fifty years and never fully grasp it in its scintillating, oppressive, joyful London-ness” (Morton, 2013, 90).

Net als Bordewijk wijst Morton dus op het glibberige aan gehelen. Zelfs als we delen in onze macht krijgen, dan ontsnapt het geheel als lachende derde. We kunnen als mensen straten aanleggen, wijken opknappen, bomen planten, maar de stad blijft een geheel dat op een bepaalde manier hier los van blijft. De onderdelen zijn hooguit verwijzingen naar het hyperobject van de stad als geheel, maar dit geheel is telkens anders, groter.

Hypocriete Objecten

Morton wijkt echter ook af van Bordewijk, doordat hij met meer klem benadrukt dat het hyperobject geen verzinsel van de menselijke geest is. We lazen in Bordewijk dat hij de stad als een soort weerbarstig kind zag, een schepping van de mens die uit diens controle is geraakt. Je zou je natuurlijk kunnen voorstellen dat het idee van een stad een simpel concept is dat mensen gebruiken om orde te zien in een complexiteit. Het is een hulpmiddel, maar niet iets dat ‘echt’ bestaat in de objectieve wereld. In de objectieve wereld bestaan de gebouwen, maar waar je de grens van de stad trekt hangt af van een willekeurige keuze, toch?

Niet volgens Morton! Laten we naar het volgende citaat kijken:

The streets and parks of London, the people who live there, the trucks that drive through its streets, constitute London but are not reducible to it. London is not a whole that is greater than the sum of its parts. Nor is London reducible to those parts. (90)

Morton doet hier een vreemde uitspraak. De delen van de stad zijn niet terug te brengen tot het geheel en het geheel van de stad is niet terug te brengen tot de delen. Dat betekent dat de stad, als hyperobject, niet simpelweg samenvalt met de fysieke gebouwen. Andersom betekent het ook dat de fysieke gebouwen niet samenvallen met het concept van de stad. Hoe zit dit?

We zien nu dat volgens Morton alle objecten dubbelrollen spelen. Ze zijn nooit wat ze lijken. Dit kunnen we illustreren door de Big Ben in gedachten te nemen. Het is een toren, dat kunnen we zien. Hij bestaat uit steen. We kunnen zijn locatie op de kaart aanwijzen. De Big Ben is een concreet object. Maar de Big Ben is óók (tegelijkertijd) deel van het hyperobject London en daardoor een stuk minder concreet. Zonder de Big Ben zou Londen net iets minder London zijn. De Big Ben is daarmee, volgens Morton, twee dingen: a) een verzameling stenen in de vorm van een toren en b) een bepalend deel voor het hyperobject. En het is deze aspecten in dezelfde mate. Het is zowel volledig aanwezig als de stenen toren die het is, maar het verwijst tegelijkertijd ook naar iets wat nooit helemaal aanwezig is: het hyperobject van de stad. Objecten als de Big Ben zijn dus eigenlijk hypocrieten: het valt niet goed te zeggen wat ze zijn, omdat ze zo vaak meerdere dingen tegelijkertijd zijn.

Ecologisch Schrijven

Deze lijn van denken brengt ons terug bij Bordewijk, omdat Morton laat zien dat in zijn wereldbeeld mensen niet centraal staan, maar (hyper)objecten wel. Bovendien is de wereld van de objecten niet zo’n geruststellend stabiel geheel als de natuur van de natuurkundigen (en zelfs die is niet zo stabiel als buitenstaanders graag geloven), maar een ambigue bedoening van objecten die telkens meerdere rollen spelen. Morton stelt dat wij moeten leren te leven in een wereld waarin wij zulke objecten overal om ons heen aantreffen. Hij noemt dit zelfs ecologisch denken, omdat het geen onderscheid maakt tussen mens en omgeving, maar laat zien dat zowel mensen als objecten de wereld vormgeven. Het gaat om de samenhang van alles met alles, wat tegelijkertijd de grens van ieder object een beetje onduidelijk maakt.

Het hele punt van de parallel die ik afgelopen maanden heb uitgewerkt in deze twee blogposts is dat Bordewijk nu juist de schrijver is die ons kan helpen thuis te komen in zo’n vreemde wereld. Doordat hij vroeg inzag dat objecten niet onze dienaren waren, dat zelfs de stad zich tegen ons verzet als een weerbarstig kind, kan hij als geen ander ons voorgaan in de schemerwereld waarin mens en natuur in de knoop zijn geraakt. Bordewijk is een ecologisch schrijver, omdat hij de samenhang en vervlochtenheid van alle dingen laat zien. Dit aspect maakt hem opnieuw volledig relevant in een wereld waarin wij nooit meer los kunnen komen van smeltende ijskappen, dobberend afval, rondzwervend Co2. Het is de literatuur die ons kan leren inlevingsvermogen te kweken voor wat we voorheen als simpele dode voorwerpen zagen. De fantasie gaat hierin het denken vooruit. De objecten roeren zich. En wij zullen moeten reageren, willen wij niet dat ons thuis verwoest wordt tot een “dodenakker bij leven” (Bordewijk, 1950, 92).

 

Geciteerde werken:

Morton, Timothy (2013). Hyperobjects: Philosophy and Ecology after the End of the World. Minneapolis en London: University of Minnesota Press.

Bordewijk, Ferdinand (1950). De Wingerdrank. Rotterdam / Den Haag: Nijgh & Van Ditmar.

Advertenties

Een gedachte over “Naar de dingen zelf! Bordewijk en Morton (II)

  1. Ontdek nu pas jouw blogposts. Wat een genot. In het kader van ‘hyperobjects’ is Object Oriented Ontology wellicht ook een interessant gebied voor je om te exploreren. Geen idee of je daar al aan toegekomen bent.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s