Friedrich Schelling – Ideeën voor een filosofie van de natuur

Onderstaand fragment is een vertaling die ik gemaakt heb van een gedeelte van de introductie uit Ideen zu einer Natur der Philosophie (1797) van Friedrich Schelling. Dit fragment is een reactie op het idee van een ding-op-zichzelf, los van menselijke waarneming. Het ding-op-zichzelf was een idee dat in de filosofie van Kant een grote rol speelde. Schelling probeert op een andere manier naar de wereld te kijken. Het grootste verschil tussen beide denkers is dat bij Schelling de Natuur zelf een centrale rol krijgt. De Natuur staat dan niet langer tegenover de ‘denkende mens’, maar het denken zelf hoort bij de natuur. 

Dit fragment is nog steeds relevant, omdat wij vaak onbewust een verschil maken tussen ‘de natuur’ en ‘de cultuur’. Hierin wordt de natuur beperkt tot iets wat voorspelbaar is, vaste wetten heeft en vrij te gebruiken is door de mensen. Schelling laat zien dat alles wat bestaat op enige manier met de natuur moet samenhangen. In zijn filosofie is de natuur creatief, dynamisch en onvoorspelbaar: dit verandert volledig wat kennis is, wie mensen zijn en wat een juist omgang met andere wezens zou inhouden.

Verder lezen

Advertenties

Van de bloemetjes, de bijtjes en het kernafval: problemen van Diepe Ecologie

Inleiding

Ik eindigde het vorige deel van deze blogpost met de bewering dat wie diep ecoloog wil zijn, allereerst gek moet worden. Dit lijkt een belediging aan het adres van diepe ecologie! Ik herinner u eraan dat filosofie een liefde voor wijsheid is met een sadistisch randje. Diepe ecologie heb ik hoog in het vaandel, mijn hart is groen. Ik zal in dit tweede deel echter enkele gevaarlijke gevolgen van het diep ecologische wereldbeeld schetsen. De oproep tot vrede kan een oproep tot oorlog worden tegen de individualiteit. De grootste waarde van diepe ecologie vind ik daarom niet haar wereldbeeld in huidige vorm, maar de consequenties daarvan die ons gek maken. Het is zinnig, zelfs noodzakelijk dat wij gek worden, opdat we een nieuwe rust in de wereld kunnen vinden.

Verder lezen

Van de bloemetjes, bijtjes en het kernafval: wat diepe ecologie ons kan leren over verbondenheid

Introductie

Ik heb een groot probleem. Ik weet niet waar ik de hele dag mee bezig ben. Letterlijk. Ik denk namelijk al jarenlang na over het begrip ‘natuur’, wat alleen maar onduidelijker wordt voor mij. Ik weet niet meer wat het betekent of wat ik denk dat het is. Is de mens natuur? Zijn de Oostvaarderplassen natuur? Yellow Stone Park? De aarde zelf? Is de natuur goed of juist niet? Bestaat de natuur wel?

In deze blogpost ga ik in op een filosofische positie genaamd Deep Ecology, die geprobeerd heeft om een antwoord op deze moeilijke vragen te vinden. Het is een radicale stroming in de ecologische beweging die stelt dat de mens deel is van de natuur. Ik voer jullie graag mee naar deze filosofie, om te laten zien waarom ik maar niet tot een idee kom van wat de natuur is. De diepe ecologen hebben namelijk een sterke visie, die bij nadere inspectie toch vol van problemen lijkt te zijn. Vanuit hier nodig ik jullie uit om mee te denken over wat het wezen van de natuur is en hoe wij moeten omgaan met dit glibberige begrip!

Verder lezen

Droogtedidactiek – Leren van de catastrofe

Droge sloten, vergeelde grasvelden, bomen die in misère hun bladeren afwerpen… De catastrofe van klimaatverandering begint in deze droogte zichtbaar te worden. Afgelopen weken heb ik vaak horen zeggen dat deze droogte misschien eindelijk de impuls geeft om tot verandering over te gaan. Hoewel de noodzaak tot verandering duidelijk is, blijft het belangrijk na te denken over de concepten die in deze gedachte spelen. De obsessie met het catastrofale is volgens mij namelijk niet de weg die naar verbetering zal leiden. Dit kan ik uitleggen aan de hand van wat Duitse filosoof Peter Sloterdijk in zijn boek Eurotaoïsmus (1989) al schreef over het idee van een ‘catastrofedidactiek‘. Drie van zijn argumenten tegen het idee dat wij van de catastrofe kunnen leren zijn met name van toepassing op de droogte in Nederland nu.

Verder lezen

Naar de dingen zelf! Bordewijk en Morton (II)

Timothy Morton (1968-heden) wordt tegen wil en dank de filosoof-profeet van de mondiale klimaatcrisis genoemd. Hij is te bescheiden om zich filosoof te noemen, te onzeker om een profeet te zijn. De boodschap die Morton uitdraagt is er namelijk één van aarzeling. In de crisis van het complexe aardsysteem zijn we het overzicht kwijt en we gaan dit volgens hem nooit meer terug vinden. Morton is hooguit een profeet die toegeeft de weg verloren te hebben.

Verder lezen

Naar de dingen zelf! Bordewijk en Morton

Bordewijk Boris van Meurs De KLos Filosofie

“… de onttroning van het levende ten koste van wat wij de dode stof noemen, ten koste van het ‘ding’. “

– Ferdinand Bordewijk (Kamp, 2016, 334)

De stad en de dingen

Bordewijk heeft mijn geest in zijn ban, zoals iedereen zal kunnen vertellen die mij de laatste tijd gesproken heeft. Ik dwaal rond over de woestenij die zich tussen zijn korte verhalen eindeloos uitstrekt, verlies mijzelf in Bordewijks fantastische observaties zonder duidelijke paden en uitgang. De schrijver is vooral bekend wegens zijn roman Karakter (1938) en novelles als Bint (1934) en Blokken (1931). Met deze bekende werken begon ook mijn interesse voor Bordewijk. Recentelijk kwam ik een opmerkelijke parallel tegen tussen Bordewijk en de hedendaagse filosoof Timothy Morton, die beide over het wezen van de stad schrijven. Beide laten zien dat niet de mens, maar vooral de voorwerpen en dingen de dienst uitmaken op aarde. Juist deze teksten over de stad laten vreemd genoeg zien dat Bordewijk een ecologisch schrijver is. In de komende twee blogpost onderzoek ik de parallel en wil ik laten zien waarom ik denk dat Bordewijk nieuwe aandacht verdient als een ecologisch schrijver.

Verder lezen

Liternatuur: Op Literaire Zoektocht naar de Natuur

De natuur behoeft vragers, dichters, schrijvers. Niet omdat zij onvoldoende gelauwerd is, maar omdat in al dit lauweren te vaak het raadselachtige van haar wezen vergeten raakt. Arjan Peters beklaagt zich op 10 maart in de weekendbijlage van de Volkskrant over de keuze van het thema Natuur voor de Boekenweek: het zou verleiden tot hoogromantisch en generiek schrijven over, voornamelijk, houthakkende mannen. Volgens mij is het juist hoog tijd voor een nieuwe literatuur van de natuur in Nederland, voorbij aan de houthakkers!

Verder lezen