Mijn reis naar Shikoku

Kobo-daishi-jojuin

Komende maanden zal ik niet in staat zijn te schrijven, aangezien ik naar het verre Japan afreis. Ik heb besloten daar geen blog bij te houden, maar ouderwets in mijn dagboeken te schrijven. Deze zullen in hardcover editie verschijnen bij de betere boekhandel, maar ik moet nog wel even met Dan Brown kortsluiten wanneer hij zijn volgende boek uitbrengt, zodat we elkaar qua verkoop niet in de weg zitten.

Verder lezen

Advertenties

Werkweek op een organische boerderij

“The universe that we observe has precisely the properties we should expect if there is, at bottom, no design, no purpose, no evil, no good, nothing but pitiless indifference.” – Richard Dawkins

Via het intiatief WWOOF (World Wide Opportunities on Organic Farms) vond ik een boerderij nabij Lille, waar ik in ruil voor onderdak en eten meehielp met het zorgen voor de gewassen. Zelfs met mijn twee linkerhanden en nul tuinierervaring ben ik de week zonder kleurscheuren doorgekomen – en bovendien met meer respect voor het bestaan van de organische boer. Op een organische boerderij zijn pesticiden en onkruidverdelgers uit den boze, evenals genetisch gemodificeerde gewassen en groeihormonen. Oftewel, het onkruid groeit even hard als de gewassen, overal ligt ongedierte op de loer en de productie kan door toevallige omstandigheden in gevaar komen. Mijn gastheer moest dagelijks samen met één betaalde werknemer, enkele stagiaires en wat vrijwillgers de strijd aan gaan om het land te temmen; regelmatig tot in de late uren.

Waarom zou iemand zichzelf zo’n bestaan aandoen als er zulke efficiënte technologische middelen voorhanden zijn? Wie toevallig de film Food Inc heeft gezien kent het antwoord al. Bijvoorbeeld, in de Verenigde Staten is de voedselproductie voor het overgrote deel in de handen van vier á vijf bedrijven. Dit betekent dat er op zeer grote schaal geproduceerd wordt, met als gevolg dat de boeren vaak de controle over hun eigen bedrijf kwijt raken en dat ziektes van gewassen en dieren zich sneller kunnen verspreiden. De hogere efficiëntie van de voedselindustrie eist zijn tol op dier, plant en uiteindelijk op de mens. De keuze voor organisch boeren is een keuze voor persoonlijke betrokkenheid tot het land, zorgzaamheid en respect voor het gewas dat verbouwd wordt. In tegenstelling tot de ideologie van grote bedrijven als Monsanto, trachten organische boeren de natuur niet te onderwerpen aan de wil van de mens, maar zoveel mogelijk samen met het natuurlijke tot productie te komen.

Praktisch zag dit er als volgt voor mij uit: mijn douche was een tuinslang met koud water, ik waste mijn handen met opgevangen regenwater, ik heb vele uren besteed aan het wieden van onkruid en we aten de beschadigde groenten die niet aan de klanten verkocht konden worden. Kortom, het leven op de boerderij werd voor een heel groot deel mogelijk gemaakt door de boerderij zelf. We aten vaak de groenten die we eerder op de dag zelf geplukt hadden. Dan blijkt plots hoe vervreemd ik eigenlijk in het dagelijks leven ben van de producten die ik gebruik. Van de meeste voedingsmiddelen en voorwerpen die mij omringen heb ik namelijk geen idee hoe ze ontstaan zijn. Waar komen de pinda’s in mijn pindakaas vandaan? Hoe wordt mijn brood gebakken – en waarvan? Waaruit onstaat het plastic dat overal om mij heen aanwezig is?

Filosoof Friedrich Nietzsche oppert dat wat wij denken sterk afhankelijk is van de werking van onze lichamen en dus van onze voeding. De manier waarop ons voedsel geproduceerd wordt, is dan sterk verbonden met de productie van een mentaliteit van een samenleving. Dit is natuurlijk een erg grote uitspraak, maar op kleine schaal herkende ik haar werking. Een organische boerderij produceert niet tegen de natuur in, maar behandelt haar zo veel als mogelijk als een doel op zichzelf. Dit leidt ertoe dat de boer een zeer directe verbinding met het land aangaat en dat alles wat hij oogst het onmiddelijk gevolg is van deze fysieke arbeid. Deze relatie vergroot opnieuw de dankbaarheid voor het land en de betrokkenheid met de productie, wat de wens de natuur als een doel op zichzelf te behandelen versterkt. Kortom, de organische productie maakt de mens in hoge mate onderdeel van het natuurlijke proces in plaats van heer en meester hiervan.

Hoewel de empathische houding van de boer tegenover zijn land hem enerzijds als gelijke tegenover dit land plaatst (en niet enkel als meester), creëert het ook een afstand met het natuurlijke.  De natuur is namelijk alles behalve zorgzaam voor haar onderdanen, zoals iedereen weet die ooit een documentaire op National Geographic heeft gezien. Het was maar een weekje dat ik geholpen heb met het boeren, maar ik kon zien dat dit leven zwaar was voor mijn gastheer. Zeven dagen in de week vergen zijn gewassen zorg en dan nog gaat een aanzienlijk deel van zijn oogst verloren. Zou het niet meer volgens de wetten van de natuur zijn om haar te willen onderwerpen, zoals een leeuw nooit empathie zal opbrengen voor een gazelle? Misschien is het antwoord hierop ‘ja’, maar dan is het de empathie die ons boven het natuurlijk tilt. Nog steeds bevat het boeren natuurlijk een wil tot onderwerping, maar deze onderwerping tracht geen grip te krijgen op de essentie van het natuurlijke. Dit respect en de acceptatie van het anders-zijn van de dingen zorgt er voor dat we nader kunnen komen tot deze dingen. Het genetisch gemodificeerde voedsel, dat weliswaar zoveel efficiënter groeit dan het natuurlijke gewas, verliest de eigenheid van het natuurlijke en verwordt tot een afbeelding van hoe de natuur volgens ons moet zijn.

Toen ik naar huis ging was ik blij dat ik weer onder een warme douche kon stappen en iets anders kon eten dan de eeuwige groentepap die me na een week nogal verveelde. Maar met een nieuwe blik kijk ik naar de wereld om haar heen en stel mij de vraag hoe zij mij vormt. De ontstaansgeschiedenis van de productie is hierbij van essentieel belang.

The Amish Experience; uitverkoop van het onverkoopbare

 

 

DSC04924

 

Drie vrouwen in zeer eenvoudige, traditionele klederdracht bakken pretzels in een al even eenvoudig keukentje. Ze praten en lachen met elkaar terwijl ze het deeg rollen en het gereed maken om af te bakken. We bevinden ons iets ten noorden van Bird-in-hand, een klein Amish dorp in Lancaster County, Pennsylvania. Aan het keukentje grenst een houten huis. De dwarsbalken zijn wit geschilderd, de rest van het huis is fel rood:het zou niet misstaan op ansichtkaart. Er scharrelen wat kippen op het erf. Op de brede houten veranda staan vogelhuisjes uitgestald, die de bezoeker kan aanschaffen, mocht hij daar gusting naar hebben.

Alles oogt alsof het uit de 18e eeuw komt; in Amish County staat de tijd stil. De Amish hebben, congruent aan hun streng protestantse inborst, enkel veranderingen geaccepteerd als deze absoluut noodzakelijk waren, niet als zij louter de lasten van het leven verlichtten. Dit heeft geresulteerd in het behoud van een traditionele samenleving, waarin ijdelheid verafschuwd wordt en behulpzaamheid de grootste deugd is. Ja, ik zou haast willen zeggen dat deze manier van leven een ongekende puurheid heeft behouden.

Ik zou het haast zeggen, totdat in de verte een voertuig komt aangehobbeld over de lange asfaltweg die de boerderijen met elkaar verbindt. Voorop het busje staat in zwarte koeienletters “The Amish Experience” gekalkt. Het busje stopt. Een lading toeristen wordt gelost. Ze kopen wat ansichtkaarten. Ze eten wat pretzels. Ze complimenteren de gids voor de authenticiteit van deze ervaring. Ze maken wat foto’s. Ze stappen weer in en verdwijnen. Wat is hier gebeurd? Wat is de significantie van deze gebeurtenis?

De boerderij is een vaste stop van de Amish express, die de nieuwsgierige toeristen de kans geeft hun camera’s dezelfde foto’s te laten nemen, als die in de brochures prijken. Foto’s van lachende vrouwen met kapjes op die werken in grote, weide velden. Amish mannetjes in karretjes die door paardjes worden voortgetrokken. Ondeugende kinderen spelend tussen de geiten. Ja, ik zou haast willen zeggen dat deze manier van leven een puurheid heeft behouden, die erg leuk staat op de vakantiefoto’s. Maar wat is de significantie van dit alles?

De grootste vraag is de volgende: zijn de symbolen van de Amish nog wel hun eigen gemeengoed? Zijn de traditionele klederdracht, de oude ambachten, hun mooie huisjes nog wel spontaan gegroeide vruchten van hun cultuur? Hoeveel kracht kost het om deze cultuur zich te laten reproduceren – en welke machten beïnvloeden deze reproductie? Op het moment dat de reisleiders bij de Amish aanklopten met hun lucratieve marketingplannen, op het moment dat de Amish hun boerderijen als stopplaats voor de Amish express lieten dienen, op het moment dat traditie zichzelf transformeerde tot handelswaar klapte hun cultuur zich om; in een reflexieve beweging bezag de cultuur van de Amish zichzelf en vormde zij zich naar iets dat zij niet was, maar wat het zou moeten zijn om de kassa’s te doen laten rinkelen. Het is alsof de Amish die de interactie met de toeristen aangaan plots zichzelf spelen, in plaats van simpelweg zichzelf te zijn.

Voorzichtig gaat dit proces, zo langzaam dat ieder verzet idioot lijkt. Maar het is duidelijk dat de roadside shops niet langer de winkels zijn die ze pretenderen te zijn: niet langer verkopend aan lokale boeren, maar precies alle waar uitstallend die de brochures aan de toeristen beloofden. En zo verandert langzaam het spontane in het spektakel, zo ondermijnt het toerisme dat waar ze zo naar verlangt: a slight sense of authenticity. Niet alle Amish doen mee aan deze waanzin, desondanks is de aanval die ze dienen te pareren venijnig: het is nooit een individu dat de betekenis van de symbolen bepaalt. Een massale roof van de Amish-tradities door het toerisme maakt het individuele verzet uiteindelijk zinloos.

Drie vrouwen in zeer eenvoudige, traditionele klederdracht bakken pretzels in een al even eenvoudig keukentje. Zijn ze Amish, of gewoon Amerikaanse acteurs? We bevinden ons iets ten noorden van Bird-in-hand, een klein Amish dorp in Lancaster County, Pennsylvania. Op de brede houten veranda staan vogelhuisjes uitgestald, die de bezoeker kan aanschaffen, mocht hij daar gusting naar hebben. Maar zou de bezoeker werkelijk verbaasd zijn als hij op het vogelhuisje het welvertrouwde ‘made-in-china’ ontdekt? Wat is toch deze perverse wens in ons, het bedrog te koesteren?

Maar het zijn inderdaad mooie vakantiefoto’s geworden

Zie ook mijn analyse van toerisme in het kader van Adorno’s cultuurkritiek