Nature Revisited

IMG_20170403_081952633

After my travels through Japan, I have returned to work on my graduation thesis. Below is a popularized version of the argument I am making. This will be my first and probably only post in English. The reason for this is that I wrote the following piece as a preparation for my thesis, which will also have to be in English.

It is a tenet of the environmental movement called ‘Deep Ecology‘ that a different understanding of the being of Nature will lead to a different ethics in Nature. This paper will attempt to provide room for a particular kind of understanding of Nature, which may be slightly different from our usual Western contemporary worldview. The change I propose is, simply, that we should not look upon Nature as an external ´pool of resources´ to be exploited by us, humans. We should, rather, see ourselves as a part of Nature – which should not (necessarily) invoke images of shamanistic rituals and dances around the totem (though if you are into that, you are definitely free to give it a go). It rather is a view that is already embraced by many thinkers, activists and people that feel a need to care for their environment. I am sure that after some consideration many more might agree upon its validity. The ideas speaking in favour of the conception of Nature that I will present here cannot be called my own, nor do they only belong to the authors I will mention here. One can find similar thoughts throughout the entire history of humanity, ranging from ancient Buddhism to Spinoza to Heidegger. All these traces have influenced my thoughts, so that this article should be seen as a mere recapitulation of what I have learned from studying the great minds of the past.

Verder lezen

Advertenties

Wat te doen na “Before the Flood”?

 .The World's Largest Solar Plant Is Blinding Pilots

Fig 1. Grootste zonnepanelenveld ter wereld, bron

In de documentaire “Before the Flood” reist Leonardo DiCaprio de wereld over om de nog altijd nietsvermoedende wereldburger wakker te schudden uit de alsmaar voortdurende, zoete, kapitalistische droom van ongeremde economische groei (die binnenkort zal omslaan in een nachtmerrie, als we niet snel handelen). De film is een absolute aanrader, die het gevoel van urgentie van deze ecologische omwenteling ongefilterd overbrengt op de kijker. Het is Leonardo’s verdienste dat hij in deze documentaire de klimaatproblematiek breed aanpakt en oog heeft voor zowel de ecologische, economische als politieke gevolgen van deze “apocalypse zonder God“, waarnaar wij als mensheid op weg zijn.

Desondanks voel ik mij ook genoodzaakt wat kritiek te uiten op de louter technisch-pragmatische oplossing van de ecologische crisis die door de documentaire gesuggereerd wordt. Ik vrees dat deze symptoombestrijding niet voldoende is om de aarde uit de crisis te helpen.

Verder lezen

Waarom zijn we zo incapabel? Bernard Stiegler over de techniek

Er is niets zo frustrerend als een laptop die op de dag vóór je deadlines vastloopt en daarna alleen nog bereid is je foutmeldingen te tonen waar je niets van begrijpt. Of een telefoon die uitvalt op het moment dat je midden in een onbekende stad navigeert op GoogleMaps, waardoor je in de regen huilend de Goden vervloekt en de nacht onder een viaduct moet doorbrengen. De mens is afhankelijk van de techniek, en niet alleen de Westerse mens, die zonder het alarm op zijn mobiel niet eens zijn bed uitkomt. Zelfs als je, tot wanhoop gedreven, tot diep in het regenwoud zou vluchten, tref je daar volkeren die hutten bouwen, werktuigen vervaardigen en op een even directe wijze als wij Westerlingen afhankelijk zijn van hun artefacten. Misschien valt je in deze vlucht echter nog iets anders op. Wij zijn weliswaar even afhankelijk van onze technieken, maar leunen op de aanwezigheid van een paar specialisten voor de vervaardiging en ontwikkeling hiervan. Onze techniek is voor de meesten volstrekt onbegrijpelijk. Ik zal hier kort het gedachtegoed weergeven van Bernard Stiegler over de techniek en haar mogelijk giftige werking, als een mogelijk antwoord op de vraag waarom wij zo afhankelijk zijn van onze techniek.

Volgens Stieglers uitgangspunt is de mens een technisch wezen. Vanaf het moment dat we geboren worden, zijn onze lichamen zwak en afhankelijk. We kennen geen vacht, geen klauwen, geen vleugels, geen scherpe tanden. Wel bezitten we een ongekend vermogen de omgeving naar onze hand te zetten: we kunnen ons kleden, werktuigen gebruiken, spreken, schrijven (en kickboksen, red.). Van meet af aan hebben we technieken nodig om te overleven (zoals kickboksen, red.), maar ook om deel te kunnen nemen in de samenleving waarin we en geboren worden zijn.

Een opvallend gegeven van deze artefacten (door de mens gemaakte voorwerpen) is dat ze duurzaam zijn. Ze blijven bestaan, ook als hun makers gestorven zijn. Zo kan een volgende generatie de artefacten van de voorgaande generatie gebruiken en verder ontwikkelen. Er vindt dus een soort evolutie van de techniek plaats. Aangezien de techniek hierdoor ook de omgeving van volgende generaties bepaalt, ontwikkelt de zich ook anders dan wanneer ze in een volstrekt onaangestate omgeving had geleefd. Andere vaardigheden zijn van belang in een technische omgeving dan in een ‘natuurlijke’; dit geeft daarom een specifieke draai aan de evolutie van de mens.

Er zit ook een giftige kant aan deze ontwikkeling. Wat wij overdragen aan de techniek, hoeven we zelf niet meer te kunnen. Plato, in het boek Phaedrus, aarzelt daarom bijvoorbeeld over de waarde van het schrift. Als we alles kunnen opschrijven, maakt dit dan onze geheugens niet slechter? Wie een boodschappenlijstje kan maken, die gaat zijn boodschappen niet uit zijn hoofd leren. Tegelijkertijd hadden we zonder het schrift deze gedachte van Plato niet eens gekend! Volgens Stiegler is het de opgave van de mens om te ontdekken hoe de technieken, die eerst tot een verlies van vaardigheden leiden, ons uiteindelijk heilzame mogelijkheden bieden om betere wezens te worden.

In moderne technieken zien we dit verlies aan mogelijkheden, doordat het niet langer noodzakelijk is dat we zelf kunnen navigeren (GoogleMaps), hoofdrekenen (rekenmachine), spellen (AutoCorrect), of onze reizen kunnen plannen (SkyScanner) – en de lijst gaat door. Alles kan worden uitbesteed aan de techniek, waardoor wijzelf minder en minder hoeven te na denken. Maar, net als bij elke techniek, ontstaan er ook hier ongekende nieuwe mogelijkheden voor de mensheid, om te bedenken wat voorheen ondenkbaar was. Waarom lukt het ons niet, om dit verlies aan denkkracht tot nu toe werkelijk te compenseren – en waarom worden we vooralsnog alleen maar afhankelijker van de digitale techniek?

Volgens Stiegler komt dit vooral doordat er sinds de Industriële Revolutie is er iets vreemds gebeurd met de techniek. Zijn argument is, grofweg, dat er sindsdien technieken ontstaan zijn die specifiek vanuit commercieel oogpunt ontwikkeld zijn. Verschillende investeerders boksen tegen elkaar op, om steeds efficiëntere technieken aan de man te brengen. In de twintigste eeuw wordt de massapsychologie ontwikkeld en in dit proces betrokken. Wanneer er geen behoefte is aan alweer een nieuwe techniek, dan schept de juiste marketing deze wel. Dit alles heeft geleid tot een impuls voor permanente innovatie. Zo kon het dat de wereld binnen een eeuw de komst zag van de auto, de computer, het internet en de smartphone. Er bestaat sedertdien een eindeloze drift te vernieuwen en te vervangen.

Enerzijds heeft dit de mens in staat gesteld te doen wat voorheen onmogelijk leek. We zijn zelfs op de maan geweest. Anderzijds levert dit ook een nieuwe dynamiek op tussen mens en techniek. Eerder zei ik al dat de mens is een technisch wezen is. Kijk maar eens om je heen. Waarschijnlijk is alles wat je ziet door mensen gemaakt, of anders in ieder geval door mensen gepland en verwezenlijkt. Maar onze technische omgeving is sinds de Industriële Revolutie ook grotendeels geïndustrialiseerd. De technieken worden gemaakt omdat ze geld opleveren, niet per se omdat ze ons helpen als soort vaardiger te worden. De ontwikkelaar van een smartphone zal het worst wezen of jij begrijpt hoe dit apparaat werkt: zolang je het blijft gebruiken, kan hij zijn product aan jou kwijt.

Google, bijvoorbeeld, is niet, zoals het schrift, een ‘neutrale’ techniek die het mogelijk maakt om informatie te delen, maar een commerciële dienst die probeert winst te maken over de massale uitbesteding van het menselijk geheugen. En deze commerciële diensten veranderen hoe wij ons als mensen ontwikkelen. Dit kunnen we nu al in onze biologie herkennen. Onze breinen zijn, bijvoorbeeld, plastisch: dat betekent dat een brein dat veel Google gebruikt, er werkelijk anders uitziet dan een brein dat dit niet heeft gedaan. Zo bepalen commerciële bedrijven tegenwoordig in grote mate binnen welk technisch milieu de mens zich verder zal ontwikkelen. Deze ontwikkeling is er daarom niet op gericht de mens uit een staat van afhankelijkheid te brengen, en de technieken te ‘adopteren’, dat wil zeggen, eigen te maken. Commercieel gezien is een grotere afhankelijkheid lucratief – we moeten op onze hoede zijn dat deze impuls ons niet collectief dommer en dommer maakt.

De filosoof Heidegger schrijft in zijn techniekopstel dat er geen demonie van de techniek is. Dit is correct. De techniek is niet kwaadaardig, maar kent ook geen uit-knop die we als mensen zouden kunnen indrukken.We zijn veroordeeld tot technieken. Wat we zullen moeten doen, is nadenken over wie wij willen worden en welke technische omgeving daarbij past. Deze keuzes kunnen we niet overlaten aan bedrijven die er baat bij hebben dat we in volledige afhankelijkheid van hun producten een eindeloze nacht van domheid tegemoet treden. We moeten leren hoe we de technieken van nu, met hun ongekende mogelijkheden, gebruiken om betere mensen te worden.

Dank aan Friso de Vries voor controle van deze post

Verder lezen:

Stiegler, Bernard. Technics and Time I: the Fault of Epimetheus.

Stiegler, Bernard. What makes life worth living? 

Heidegger, Martin. Frage nach der Technik.

Artikelen van Nederlandse techniekfilosoof Pieter Lemmens.

Over

Boris van Meurs (1994) is een filosofiestudent aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Deze blog bevat filosofische reflecties over de alledag en kan gezien worden als een poging de filosofie in te zetten om het publieke debat van context te voorzien. Iedere eerste zondag van de maand verschijnt er een blogpost.

De Vluchteling: van Slachtoffer tot Mens

Politiek filosofisch gezien is het vluchtelingendebat een onthullende dialoog van Europa met zichzelf. Enerzijds spreekt het morele, waar de brokstukken van het Christendom het fundament vormen van een wil tot medelijden. Anderzijds antwoordt de Europese xenophobie, die angstig de stroom vluchtelingen als een tsunami ervaart met ontwrichtende werking op de Europese identiteit. Ongezien, maar essentieel, speelt het zeurende besef dat de dans tussen deze twee polen het schizofrene van de Europeaan bevestigt. Europa is zinkende, vooral in zichzelf: de Europese identiteit is het verhulde vraagstuk in deze kwestie.

Duitsland opent haar armen. Duitsland voert grenscontroles in. Europa verwelkomt vluchtelingen. Europa bestormt vluchtelingenkampen. Deze dualiteit ontstaat niet alleen door de morele/xenophobe tegenstelling in Europa, maar bovenal door de dubbelzinnigheid van het morele begrip. Het morele opereert namelijk zowel op het niveau van het specifieke als het algemene en deze scheur roept verschillende vragen op – in tegenstelling tot de benadering van het morele als één enkel gebied door filosofen als Kant.

De angst heeft betrekking op het algemene: de gezichtsloze vluchtelingenstromen, de massa’s die druk uit kunnen oefenen op onze Europese stand van zaken. Het morele verzet zich tegen de angst door zich te focussen op het gezicht, op het specifieke versus het algemene. Typerend voor het morele is de aandacht voor het verhaal van de individuele vluchteling. Is het mogelijk een ‘Niet Welkom!’ te schreeuwen in het aangezicht van de wanhopige enkeling? Gelukkig niet. Dit tonen de vele welkomspakketten die naar de vluchtelingen zijn gestuurd. Het is hoopvol, dat wij ons blijkbaar nog altijd geroepen voelen door het gelaat dat ons om hulp vraagt.

De situatie is echter niet zo simpel dat enkel met de buiging naar het specifieke het vluchtelingenprobleem teniet gedaan zou kunnen worden. Want welk gelaat is het, dat tot ons spreekt? Dat van ons eigen schuldgevoel, dat met zichzelf in het reine moet komen? Of reikt de morele beweging werkelijk verder? Het is hier dat de moraal niet voor-zich kan zijn, maar ook altijd haar eigen voorwaarden in het licht moet trekken – hoe walgelijk deze ook kunnen zijn. Is dit een Europa dat zichzelf ervan probeert te overtuigen dat het nog steeds moreel kan zijn – of is het een moreel Europa?

Op zulke vragen heb ik de antwoorden natuurlijk niet, zelf verwikkeld in deze tweeledigheid. Ik denk echter dat de moraal tekortschiet indien zij op het niveau van het louter-specifieke blijft werken. Precies omdat de angst voor het algemene zo niet gesust of beantwoord wordt. De valstrik van de moraal van het specifieke ligt ook hier: dit geweten kan namelijk enkel bevredigd worden, zolang de ander als zwakkere verschijnt. Dit is wat de filosoof Žižek in zijn boek ‘The Fragile Absolute‘ beschrijft als the paradox of victimization:

[…] the Other to be protected is good in so far as it remains a victim ; the moment it no longer behaves like a victim […] it magically turns all of a sudden into a terrorist/fundamentalist/drug-trafficking Other.

Doordat de moraal de vraag tot het hulpvragende gelaat wil beperken, blijft de morele vraag inderdaad relevant zolang dit gelaat om hulp vraagt, oftewel slachtoffer is. Zolang de vluchteling als vluchteling verschijnt, als een concreet slachtoffer, blijft ons empatisch hart kloppen, maar zodra de vluchteling zich als mens manifesteert beklijft dit specifieke medelijden niet vanzelfsprekend langer. Zolang de vluchtelingen als hongerige magen tot ons komen, kunnen wij hen voeden – en met hen ons geweten. Maar is Europa klaar om de vluchteling als mens te zien? Als een mens dat eisen kan stellen aan de maatschappij waarvan hij deel uit maakt, als een politiek wezen?

Een moraal die zich op het specifieke richt kan deze vraag niet beantwoorden. Sterker nog, zolang zij de vluchteling als vluchteling (en niet als burger) blijft zien, zal zij de maatschappelijke positie van de vluchtelingen enkel marginaliseren. Wat nodig is, is dus een moraal die zich op een niet-xenophobische manier ten op zichte van het algemene staande kan houden, het algemene waar nu de angst de overhand lijkt te hebben.

Ten eerste zal hiervoor duidelijk moeten worden waar Europa nu überhaupt nog voor staat. Welke waarden mogen nooit opgegeven worden, zelfs niet ten aanzien van het gelaat van de hulpvragende? Empathie is immers niet een verloochening van het zelf in de onderwerping aan de Ander, maar de verplaatsing van het zelf in de Ander – en dit is enkel mogelijk doordat er überhaupt een zelf is en blijft! In het vervolg van het eerste punt: Europa zal zich werkelijk moeten afvragen hoe het zich ten opzichte van de vluchteling-als-burger kan verhouden. Hoe voorkomen we marginalisering, segregatie en polarisatie (aangenomen dat gelijkwaardigheid nog altijd een Europese waarde is)? Maar ook: hoe voorkomen we uitholling van onze eigen waarden?

Een moraal die het gewicht van deze vragen kan dragen, is de enige oplossing die werkelijk de confrontatie met de angst aan kan. Dit was slechts een vluchtig onderzoek van de Europese situatie en ik zie nog niet eens de contouren van zo’n morele theorie verschijnen. Maar zij moet gedacht worden, door de Europeanen zelf: door jou en mij. Dit begint met het verschuiven van de horizion van de morele vraag naar de volgende: hoe gaat de vluchteling mens kunnen zijn in het Europa van de toekomst?

Doelstelling

In mijn studie filosofie kom ik zulke krachtige ideeën tegen, dat ik het zonde vind wanneer deze enkel binnen een academische context blijven rondzingen. Deze blog is een poging filosofie te vertalen naar problemen van de alledag, maar bovenal is het een pleidooi voor de reflectie, een betoog voor de actieve geest.