Plessner II: Het Dubbelleven van het Organisme

Vorige maand besprak ik het idee van Helmuth Plessner dat dingen nooit uitputtend gegeven zijn in hoe zij waargenomen kunnen worden. Er ligt ten grondslag aan deze waarnemingen altijd zoiets als een substantie of een idee van eenheid (en dit is zelf niet direct waarneembaar). Deze maand bespreek ik Plessners idee van het organische, dat voortbouwt op dit idee. In mijn vorige post noemde ik dit al kort, maar wat ik verfrissend aan Plessner vind is zijn visie op de wereld, waarin enerzijds empirische wetenschap een belangrijke rol heeft, terwijl ze tegelijkertijd nooit uitputtend de aard der dingen zal kunnen beschrijven. Er blijft een belangrijke rol voor, onder andere, filosofen om de concepten waarmee de wereld geduid wordt te bevragen en verder te ontwikkelen.

Verder lezen

Advertenties

Helmuth Plessner: Dingen Dubbel Zien

 

Plessner: De twee gezichten van het Ding

Helmuth Plessner was een door de fenomenologie beïnvloedde Duitse denker, die gedurende een decennium voor het uitbreken van WOII ook nog in Nederland gedoceerd heeft. Ik kwam zijn werk op het spoor via twee wegen. Enerzijds is hij een denker die behoort tot de canon voor het schoolvak filosofie. Als docent in opleiding verdiepte ik mij daarom wat in zijn gedachten en zag parallelen met mijn eigen project. Ten tweede is zijn werk een voortzetting van wat ik zie als het natuurfilosofisiche denken: een zoektocht naar de rol van filosofie over de natuur tegenover (en met) de natuurwetenschappen. Wat Plessners werk tamelijk uniek maakt is dat hij, in tegenstelling tot sommige andere filosofen uit zijn tijd, niet streeft naar een kritiek op de wetenschap, maar naar een kritiek van de wetenschap.

Verder lezen

Van de Extinctie II: Erkenning

1eedd6e5-f265-4157-b304-1f678d043d48

Foto 1. Hert bij de Waterleidingduinen. Bron: Het Parool.

De volgende post is een longread. Ik heb op verzoek tweemalig (bij deze en de vorige post) voor dit format gekozen. Hierdoor heb ik de ruimte gekregen om mijn gedachten iets breder uit te werken. 

In wat volgt doe ik een eerste poging om te denken waarom het een kwaad is als andere levenssoorten uitsterven door menselijk toedoen. Ik zal laten zien hoe we via de waarneming van levende wezens een raakvlak van beschrijving en ethiek kunnen onthullen. Als we een levensvorm als zodanig erkennen, dan erkennen we ook dat het een Andersheid heeft ten opzichte van ons. Deze Andersheid zou mogelijk kunnen functioneren als grond voor respect van het andere leven.

Vervolgens zal ik een argument tegen mijn positie inbrengen: ligt in de erkenning van het andere leven niet de mogelijkheid tot vergissing? Dat wil zeggen: hoe weten we dat het andere leven ‘echt’ is, kan onze waarneming geen vergissing zijn? Dit zal ik weerleggen.

Ik eindig met enkele vragen en tekortkoming van de benadering die hier voorgesteld wordt. Het belangrijkste probleem is dat de erkenning verloopt via onze menselijke maatstaven. Niet al het leven is voor ons evenveel waard. De ethiek, echter, lijkt ons te vragen deze ‘belemmering’ te overschrijden.

Verder lezen