Blijf de aarde trouw! Gelatenheid als Activiteit – Heidegger en Nietzsche

Vorige week schreef ik over een mogelijke reactie op het Antropoceen: de gelatenheid. Dit volgde uit het denken van Peter Sloterdijk, volgens wie de hedendaagse Europese attitude tegenover de wereld gebaseerd is paniek en een zucht naar controle. De ironie was dat juist in het grijpen van de controle, deze telkens opnieuw verloren raakte. Techniek brengt een ambigue soort balans teweeg. We bereikten een stabiliteit in de relaties tussen grootmachten door de mogelijkheid van wereldvernietiging van de atoombom. We werken sneller dan ooit, maar houden minder tijd over. We zijn sterk verbonden via internet, maar bewegen daardoor gemakkelijk uit elkaar.

Verder lezen

Advertenties

In de schaduw van de catastrofe – Peter Sloterdijks Eurotaoïsme

Wie niet het gevoel heeft dat de wereld vergaat, houdt zich verscholen onder een steen, weert zich tegen de zure regen aan nieuwsberichten die stort uit een met wanhoop geïnfecteerde media, verbergt zich in een kogelvrij vest aan onverschilligheid. In deze tijd van algehele suspensie, waarin plots de mogelijkheid – waarschijnlijkheid – zich meldt van het einde van alles wat wij kennen, is paniek geen massapsychologische escalatie, maar de meest basale relatie van de mens tot de dingen om hem heen. Met deze thesen opent Peter Sloterdijk in zijn boek Eurotaoismus (1989) een diepgravend onderzoek naar het hedendaagse bewustzijn dat zichzelf vormgeeft in het licht van de naderende catastrofe, van het besef van een intredende (voortijdige) interruptie van het project van de moderniteit. Dit besef wakkert een rusteloosheid aan, het bewustzijn ziet zich geconfronteerd met het verlies van controle over de bewegingen die het in gang zette in het verleden. Alles moet anders! Dit kan zo niet langer! Sloterdijk volgt het panische bewustzijn en haar vlucht tot alternatieve bewegingen aan de tand. Hij toont meesterlijk hoe deze paniek als een obsessie met het catastrofale doorwerkt tot in de poriën van de bewegingen die van een andere wereld dromen.  

Er is door de mens natuurlijk altijd gedroomd over betere werelden, over een ontsnapping uit het vleselijke, soms vreselijke bestaan tussen de dingen. Wat de panische alternatieven markeert is hun bezetenheid door het catastrofale. De Apocalyps is niet langer iets dat de mens overkomt, maar waar de mens bij aanwezig is, dat zelfs door de mens veroorzaakt wordt. Een panische cultuur neemt daarmee een didactische houding aan ten opzichte van de catastrofe: wat kunnen wij leren van ons naderende einde? En: als ‘wijzelf’ dit veroorzaken, kunnen wij dan niet op ‘betere’ manieren bewegen? Sloterdijk is sceptisch: de verschrikkingen van de 20e eeuw volgden uit de pogingen van het bewustzijn het bewegen op aarde te controleren en te manipuleren – met als paradoxaal gevolg het verlies van controle. Denk aan klimaatverandering, maar ook aan utopische dystopieën als het communisme in de Sovjet-Unie.   

Dit artikel schrijf ik om een vanzelfsprekendheid onder natuurliefhebbers, bezorgde burgers en misantropen aan het licht te brengen: de relatie tot de catastrofe. Welke rol speelt de catastrofe in het denken van dromers en alternatieven? Waarin is dit anders dan de oudchristelijke Apocalyps? En ook: ontsnappen de alternatieve bewegingen aan de moderniteit die zij zo gemakkelijk vervloeken? 

Panische Cultuur 

De Apocalyps is geen zaak meer van profeten, van zonderlingen, van waanzinnigen. Zij meldt zich via dezelfde kanalen vanuit waar wij de sportuitslagen ontvangen, waar wij horen of het morgen gaat regenen of niet. “Das Katastrophische ist eine Kategorie geworden, die nicht mehr zur Vision, sondern zur Wahrnehmung gehört” (103). Het catastrofale penetreert het alledaagse.  

Dit vertelt ons over het moderne cultuurbegrip (104 – 105). Was de Apocalyps eerst de complete opheffing van het culturele, zo probeert cultuur nu in het reine te komen met de mogelijkheid van haar eigen einde. En niet alleen dat. “Die Moderne […] will Gegenwart ohne Tränen” (105). Het moderne project wil in volledige controle zijn over het werkelijke – enkel dat wat zich bloot kan geven in het Westerse denklicht wordt niet weglachen. Nu staat ons denken echter in de ongemakkelijke positie dat het zichzelf verziekt heeft, dat de eigen almacht in het eigen gezicht dreigt te ontploffen. De alternatieven proberen een cultuur te scheppen die nog controle kan nemen over deze dreiging – opdat de cultuur nog kan leren van de catastrofe. Sloterdijk vraagt daarom: “Braucht somit die Alternativkultur die Katastrophe?” (105) Er ligt hier een wens voor een ander soort moderniteit, een ander soort controle over het werkelijke. De mogelijkheid van de catastrofe dient als leerweg van de mens naar een andere toekomst. In deze zin is de panische cultuur vergezeld van een “catastrofendidactiek”, die ingezet wordt om de noodzaak tot een nieuwe orde van controle te illustreren. Maar was deze zucht naar totale controle niet precies het probleem? 

Sloterdijk schetst vier risico’s van catastrofen-didactiek. Allereerst is het onduidelijk hoe groot de catastrofe moet zijn voordat de mens eindelijk lering trekt. Hiervoor bestaat geen kwantitatieve maat (111) – de mens heeft historisch een groot vermogen getoond om immuun te blijven tegenover het bewijs van de catastrofe. Wir haben es nicht gewusstZo gauw als het een cultuur lukt om het catastrofale te normaliseren, verdwijnt de openheid, de definitieve suspensie van alles, waarop de alternatieven hopen. Hoeveel ijsschotsen moeten afbreken en smelten in de zee, hoeveel diersoorten uitsterven, hoeveel permafrost ontdooien voordat de mensheid eindelijk verenigd als één de stand van zaken verwerpt en verandert? Om de wereld haar lesje te leren zal er altijd meer moeten gebeuren (113 – 115). In deze zin is het leunen op het catastrofale een perverse zucht naar alsmaar grotere catastrofes.  

Ten tweede is het de vraag hoe de mensheid gaat leren van haar catastrofen. Er wordt gehoopt op een moment waarop men inziet dat dit zo langer niet meer gaat. Door schade leert men. Maar wie is dit men? Wie is deze mensheid? Zij is geen soort, geen overkoepelend Subject dat alles wat gebeurt in een globaal leerproces verwerkt. Zij is een hoeveelheid aan enkele wezens en kan als zodanig niet leren van de schade die ze ondervindt: “Das Aggregat, das wir Menschheit nennen, hat keinen eigenen Leib, an dem es etwas lernen könnte, wohl aber einen fremden Leib, ihren Wohnort, die Erde, die nicht klug wird, sondern sich in eine Wüste verwandelt” (117).  

Ten derde is de catastrofe zelf ‘subjectloos’ (117). In het catastrofale is er geen enkele schuldige aan te wijzen. Niemand zit achter de knoppen van de escalatie. Hoe graag men ook ‘de’ bankiers, ‘de’ oliemaatschappijen, ‘de’ kapitalisten voor de rechtbank van de aarde zou roepen, wij mensen zijn zelf opgenomen in de processen die tot de catastrofen leidden. Ieder die auto rijdt, plastic gebruikt, vliegt of eten in de supermarkt koopt is deel van de weg naar de catastrofe. De catastrofe is in deze zin van niemand specifiek. Er is niemand om te leren van zijn gemaakte fouten.  

Ten vierde heerst er volgens Sloterdijk een verwarring over de waarheid die catastrofe aan het licht kan brengen. Waarheid is volgens Sloterdijk voor ons nog altijd het aan-het-licht-brengen van de dingen. Op een vreemde manier is echter de catastrofe zelf het uiterste van dit discours. Het licht van de atoombom is niet de openbaring van ware aard der dingen, maar hun uiteindelijke verdwijnen, “Verschwinden der Dinge im Lichtsturm” (122). De totale doorlichting van de wereld is haar opheffing. Willen de alternatieven de catastrofe inzetten voor het belichten van wat er mis is met de wereld, dan stelt Sloterdijk dat zij in een waarheid geloven waarvan de atoombom de extreme verwezenlijking is.  

Misschien is het tijd om naar een ander waarheidsbegrip te zoeken. Misschien is het tijd om de arrogantie van de Verlichting achter ons te laten en te erkennen dat niet alles dat gebeurt binnen menselijke controle kan vallen. Misschien is het tijd voor een zekere gelatenheid en laten-zijn van de dingen. “Erst die durchlebte Panik befreit von den diaktischen Illusionen – sie ist die Brücke zu einem Bewußtsein, das sich auch von der Katastrophe nichts mehr erhofft, schon gar keine zivilisationskritischen Offenbarungen” (124). De paniek moet ons niet in val lokken en ons de fouten doen herhalen van onze voorouders. Mensen zijn geen heren en meesters over het gebeuren in de natuur – het gebeuren, dat is ons nog altijd gegeven.  

Wat kunnen wij hiervan leren? 

Het is zinloos te wachten op het einde der tijden. Voor deze conclusie hoeft men geen filosofie gelezen te hebben. Waarbij Sloterdijk echter helpt, is het onthullen van de obsessie met de Apocalyps, die als een didactische roede ligt in de handen van de zelfopgeworpen leermeesters van de mensheid. Wij zullen niets leren van de catastrofe. Zij is geen einde aan onze paniek. Te gauw levert het bewustzijn van de catastrofe argumenten voor een nieuwsoortig fascisme: de onderwerping van de mensheid aan het duurzame systeem. Een gecentraliseerde organisatie om op nog grotere schaal de bewegingen op de wereld te sturen. Als deze tijd van catastrofes aantoont dat onze bewegingen buiten onze macht zijn geraakt, dan is het maar de vraag wat deze nieuwe organisatiedrift gaat bewerkstelligen.  

Sloterdijk pleit daarom voor een gelatenheid tegenover de wereld. In plaats van verdere mobilisering van mensen, grootschalige veranderingen, suggereert hij een speelsheid, een bescheidenheid ten opzichte van het werkelijke. Zij ontsnapt ons telkens als we haar benaderen. We moeten dus niet proberen de werkelijkheid te vangen, maar haar grilligheid te omarmen. Ruimte te bieden voor het spontane, het onverwachte. De aarde is dan niet langer het toneel waarop het spel van de mensheid zich afspeelt, maar het toneel treedt zelf naar de voorgrond. De Natuur is tot veel meer in staat dan wij denken kunnen. Maar zijn wij in staat dat te laten zijn wat wij niet kunnen begrijpen?  

 

 

 

 

 

Wat is Permacultuur?

 

Het gebeurt niet vaak dat er vanuit de groene beweging goed nieuws opborrelt. Trump, natuurrampen, voortschrijdend uitsterven van onze medewezens. Het is allemaal niet mis en het maakt ons, natuurliefhebbers, gemakkelijk tot verbitterde zeurkousen, die dreigen ten onder te gaan in hun eigen gelijk. Onze groene vingers worden tot de terechtwijzende vingers van de zelfbenoemde leraren van de mensheid. Het blijft al te vaak bij kritiek, een klaagzang op het kapitalisme, op de achteloosheid van de consument, terwijl reële alternatieven uitblijven. Er is veel reden tot fronsen, weinig reden tot lachen. Maar er bestaat – godzijdank – een andere tendens binnen de milieubeweging! Lachende ecologen! Optimistische buitenmensen! Voor mij was het een verademing om deze vrolijke environmentalists te horen over hun medicijn voor onze zieke aarde: permacultuur. Hoe meer ik mij verdiep in deze wijze van kijken en denken, hoe enthousiaster ook ik word. Een mogelijke toekomst voor onze landbouw, voor onze biodiversiteit, voor onze olieverslaafde samenleving begint met een eenvoudige ommezwaai in hoe wij ons verhouden tegenover niet-menselijke wezens. Permacultuur bewijst de kracht van het (helaas wat clichématige) “met de Natuur, niet tegen haar!” In deze blog leg ik uit wat de kerninzichten van de permacultuur zijn, als ook waarom ik filosofisch grote potentie voor deze wijze van handelen herken.

Verder lezen

Welkom in het Antropoceen!

Welkom in het Antropoceen! Zonder het te weten – of heb je de geruchten gehoord? – heb je een geheel nieuwe geologische epoche betreden. Nog sterker: misschien ben jij zelf zelfs al geboren in deze epoche en misschien waren zelfs jouw ouders al een product van deze nieuwe tijd van exponentiële groei en verwoesting. Dit artikel voert je in tot de vragen rondom het Antropoceen, dit concept dat zoemt door de academie in vele vormen, zonder reeds zijn uiteindelijke manifestitatie gevonden te hebben.

Verder lezen

Mijn reis naar Shikoku

Kobo-daishi-jojuin

Komende maanden zal ik niet in staat zijn te schrijven, aangezien ik naar het verre Japan afreis. Ik heb besloten daar geen blog bij te houden, maar ouderwets in mijn dagboeken te schrijven. Deze zullen in hardcover editie verschijnen bij de betere boekhandel, maar ik moet nog wel even met Dan Brown kortsluiten wanneer hij zijn volgende boek uitbrengt, zodat we elkaar qua verkoop niet in de weg zitten.

Verder lezen

Wat is Diepe Ecologie? Arne Naess’ filosofie

1231841541348_996

In deze blogpost wil ik met jullie een samenvatting van een gedeelte van mijn afstudeerscriptie delen. Mijn scriptie gaat over het natuurbegrip in de filosofie van Friedrich Schelling, in relatie tot die van Arne Naess. Ik zal in deze post uitleggen wat de visie is van Arne Naess op de inhoud van de werkelijkheid, die hij in termen van zogenaamde Gestalten beschrijft. Deze visie is ontwikkeld om de noodzaak van een verdediging van de natuur te verwoorden, die dieper gaat dan de noodzaak onze eigen soort te behouden.

Verder lezen

Van de Extinctie II: Erkenning

1eedd6e5-f265-4157-b304-1f678d043d48

Foto 1. Hert bij de Waterleidingduinen. Bron: Het Parool.

De volgende post is een longread. Ik heb op verzoek tweemalig (bij deze en de vorige post) voor dit format gekozen. Hierdoor heb ik de ruimte gekregen om mijn gedachten iets breder uit te werken. 

In wat volgt doe ik een eerste poging om te denken waarom het een kwaad is als andere levenssoorten uitsterven door menselijk toedoen. Ik zal laten zien hoe we via de waarneming van levende wezens een raakvlak van beschrijving en ethiek kunnen onthullen. Als we een levensvorm als zodanig erkennen, dan erkennen we ook dat het een Andersheid heeft ten opzichte van ons. Deze Andersheid zou mogelijk kunnen functioneren als grond voor respect van het andere leven.

Vervolgens zal ik een argument tegen mijn positie inbrengen: ligt in de erkenning van het andere leven niet de mogelijkheid tot vergissing? Dat wil zeggen: hoe weten we dat het andere leven ‘echt’ is, kan onze waarneming geen vergissing zijn? Dit zal ik weerleggen.

Ik eindig met enkele vragen en tekortkoming van de benadering die hier voorgesteld wordt. Het belangrijkste probleem is dat de erkenning verloopt via onze menselijke maatstaven. Niet al het leven is voor ons evenveel waard. De ethiek, echter, lijkt ons te vragen deze ‘belemmering’ te overschrijden.

Verder lezen