Van de Extinctie II: Erkenning

1eedd6e5-f265-4157-b304-1f678d043d48

Foto 1. Hert bij de Waterleidingduinen. Bron: Het Parool.

De volgende post is een longread. Ik heb op verzoek tweemalig (bij deze en de vorige post) voor dit format gekozen. Hierdoor heb ik de ruimte gekregen om mijn gedachten iets breder uit te werken. 

In wat volgt doe ik een eerste poging om te denken waarom het een kwaad is als andere levenssoorten uitsterven door menselijk toedoen. Ik zal laten zien hoe we via de waarneming van levende wezens een raakvlak van beschrijving en ethiek kunnen onthullen. Als we een levensvorm als zodanig erkennen, dan erkennen we ook dat het een Andersheid heeft ten opzichte van ons. Deze Andersheid zou mogelijk kunnen functioneren als grond voor respect van het andere leven.

Vervolgens zal ik een argument tegen mijn positie inbrengen: ligt in de erkenning van het andere leven niet de mogelijkheid tot vergissing? Dat wil zeggen: hoe weten we dat het andere leven ‘echt’ is, kan onze waarneming geen vergissing zijn? Dit zal ik weerleggen.

Ik eindig met enkele vragen en tekortkoming van de benadering die hier voorgesteld wordt. Het belangrijkste probleem is dat de erkenning verloopt via onze menselijke maatstaven. Niet al het leven is voor ons evenveel waard. De ethiek, echter, lijkt ons te vragen deze ‘belemmering’ te overschrijden.

Continue Reading

Het offer van de liefde

Een nieuw jaar: wat te denken, wat te doen? Een nieuw jaar op dezelfde oude, vermoeide wereld – met nieuwe problemen, nieuw leed, nieuwe uitdagingen. Een nieuw jaar, een nieuw geluid?

Mijn wens voor jullie in het komend jaar is tenenkrommend cliché; ik wens jullie allemaal niets dan de liefde. Misschien klinkt dit als een simpele wens, want zo vaak horen wij al over de liefde – in liedjes, in gedichten, in films. Maar wordt het werkelijk duidelijk wat er in deze onvermoeibare iteratie van het I love you bedoeld wordt? Een korte reflectie op de liefde.

Er zijn – in ieder geval – twee soorten liefde. We kennen natuurlijk het Halmark ideaal, dat eindeloos opnieuw en met zo weinig variatie door de machines van de cultuur industrie uitgebraakt wordt. In dit ideaal is de liefde een doelmatig proces richting het Happy End van de Hollywood film, een gemeenschappelijk streven waarna de geliefden elkaar zullen bezitten – ondanks hun tekortkomingen of verschillen. Het is een liefde die overwint, een liefde waarin de ander gekend en omarmd wordt. Het is de liefde van de verliefde, die de afstand tot de ander ondragelijk vindt, die de ander de zijne wil maken. Het is het verlangen dat op zoek is naar consumptie van het andere, samensmelting in een roes van genot en nattigheid. Ze ligt hierin dichtbij de lust, die ook streeft naar de vernietiging van het andere als andere opdat het ‘t zelfde genot kan worden. Misschien is het daarom niet verbazend dat de pop industrie met zo’n gemak haar dubbele boodschap van liefde en consumptieve erotiek uitstoot.

Tegenover dit ideaal – en dit is de liefde die ik jullie toewens – staat de liefde als het offer dat ontsnapt aan de gehele economie van de verliefdheid. Wie deze liefde geeft, ontvangt geen Valentijnskaart die aan het offer recht kan doen, geen bevrediging van de lust of opheffing van de afstand tussen de geliefden. In dit liefhebben blijft de ander een ander. Dit is ook wat het offer inhoudt: erkennen dat de ander, die jij lief hebt, anders blijft – de ander blijft altijd buiten jouw liefde, is niet te overwinnen zonder zijn andersheid te verliezen. Deze liefde is dus respectvol: durf de ander anders te laten-zijn.

Maar het is niet alleen dit erkennen dat de beweging van de liefde is. Het ware liefhebben zet alles op het spel. Ik begeef mij in de liefde altijd op glad ijs: ik geef om de ander, die ik als ander blijf respecteren. Ik zet mijzelf op het spel, laat die ander toe tot diep in de roerselen van mijn geest, zonder ooit te kunnen controleren hoe die ander met mijn kwetsbare essentie om zal gaan. Mijn er-zijn zet ik op het spel voor een wezen dat uiteindelijk buiten mijn controle blijft. Dit is een ander die kan verdwijnen, sterven, een ander die mijn openheid voor haar nooit kan omsluiten. De ander blijft altijd buiten mij als ander.

Het offer is dus een eindeloze onzekerheid: ik zet alles op het spel voor deze ander. Wat ik hiervoor terugkrijg doorbreekt de rekensom van de economie. Ik krijg de ander, maar zonder haar te bezitten. Ik beperk mijzelf in mijn streven, maar ik krijg daar een gehele wereld buiten mijzelf voor terug.

We smelten met deze warme winter het nieuwe jaar in, richting onze nieuwe uitdagingen, onze nieuwe problemen en ons nieuwe leed. Maar we glijden ook richting onze nieuwe kansen, nieuw plezier en hopelijk bovenal de altijd nieuwe liefde. Gelukkig 2016!

Bibliografie

Derrida, Jacques. De Gave van de Dood. Zie ook: http://8weekly.nl/recensie/boeken/jacques-derrida-vertaling-sophia-van-t-ende-de-gave-van-de-dood-de-aporie-van-de-verantwoordelijkheid/

Levinas, Emmanuel. Totalité et Infini. Zie ook: https://www.boomfilosofie.nl/documenten/9789461050724.pdf

De tijd van het klimaatprobleem

“La comédie commence avec le plus simple de nos gestes. Ils comportent tous une maladresse inévitable. En tendant la main pour approcher une chaise, j’ai plissé la manche de mon veston, j’ai rayé le parquet, j’ai laissé tomber la cendre de ma cigarette. En faisant ce que j’ai voulu faire, j’ai fait mille choses que je n’avais pas voulues. L’acte n’a pas été pur, j’ai laissé des traces.”

“De komedie begint met het simpelste van onze gebaren. Ze gaan alle gepaard met een onvermijdelijke ongemakkelijkheid. In het reiken van mijn hand naar een stoel, vouwde ik de mouw van mijn jas, bekraste ik de vloer, liet ik de as van mijn sigaret vallen. Tijdens het doen van wat ik wilde doen, deed ik duizend dingen die ik niet wilde doen. De handeling was niet puur, ik heb sporen achtergelaten.”

Emmanuel Levinas in l’Ontologie est-elle fondamentale?

In het kader van de naderende klimaattop wil ik graag bovenstaand citaat van de denker Emmanuel Levinas delen. Hoewel deze zinnen natuurlijk niet direct slaan op het klimaatprobleem, bieden ze een cruciaal inzicht in wat dit probleem zo onmogelijk moeilijk maakt. Ik doel op het inzicht dat wij als mensen met de meest banale keuzes oneindige sporen door het verleden én de toekomst trekken. Dat bij de kleinste daad duizend andere, onbedoelde dingen plaatsvinden.

Traditioneel werd in de filosofie de mens afgeschilderd als een onafhankelijke actor, een autonoom wezen dat het principe kan zijn van zijn eigen keuzes. Maar als we deze actor in de tijd plaatsen, in de context waarin hij leeft, waarin hij beslissingen moet nemen en waartegenover hij zich moet verantwoorden – wat blijft er dan over van deze onafhankelijkheid? Weegt onze vrijheid op tegen de banaliteit van het bestaan?

De ruïnes van het Verlichtingsdenken komen we nog steeds tegen, bijvoorbeeld in het analytische debat over vrije wil. Hier wordt vrijheid nog gezien als de mogelijkheid van een actor vrij te kiezen voor optie A of optie B. Volgen we Levinas, dan schieten we voorbij aan het statische Ik dat zich tegenover een ordelijke werkelijkheid geplaatst ziet: alles wordt troebel, alles kleeft aan alles.

De tijd waarin wij leven, een intuïtief begrip van de tijd, de geleefde tijd. Dit is de tijd die wij subjectief hebben, waarin en van waaruit wij de wereld tegemoet treden. Het is in deze tijd dat de morele dilemma’s, het gewicht van het klimaatprobleem op ons drukt. In de simpelste keuze schiet de verhaallijn van de intuïtieve tijd reeds alle kanten op. Volgen we Levinas, dan is de keuze voor welke kip we vanavond eten, welk pak hagelslag ik in mijn mandje doe of welk soort brood ik koop nooit een keuzemoment dat gevangen kan worden door mijn intenties op dat moment. Aan alle kanten ontsnapt van alles.

De keuze die ik op dat moment maak, heeft bijvoorbeeld betrekking op de geschiedenis van de producten die ik aanschaf. Deze lamp is op een bepaalde manier geproduceerd, de olie in deze benzine is op zo’n wijze gewonnen, het maken van dit plastic heeft tot zoveel uitstoot geleid. Ik beslis hier op het moment van aankoop wat voor een geschiedenis ik wil dat mijn producten gehad hebben. Maar sterker nog: ik beslis ook toekomstig hoe ik wil dat zij geproduceerd gaan worden. Als ik een plofkip koop, ookal is deze plofkip reeds aan zijn einde gekomen, is dit een impuls voor de producent om meer plofkippen te produceren. De reflectie op de geschiedenis is zo een ontwerp van de toekomst.

Levinas doet ons inzien dat de vragen die het klimaatprobleem oproept ons tillen voorbij onze autonomiteit, dat onze keuze ongezien en onbedoeld een plaats heeft in de tijd, ver voorbij het heden waarop deze keuze gemaakt wordt. Een spoor van vernieling, verontreiniging, destructie, tegelijkertijd onzichtbaar en toch aanwezig in het heden. De onmogelijkheid om het volledige scala aan implicaties te overzien die alleen al ons voortbestaan met zich meebrengt, pleit ons niet vrij toch te pogen de juiste keuzes te maken. Enerzijds toont dit perspectief namelijk inderdaad dat ook het klimaatprobleem alomaanwezig is, zelfs in het kleinste van onze gebaren. Anderzijds dient dit inzicht ons niet te verpletteren, maar een poging te laten doen om de juistheid zelfs in onze kleinste gebaren te incorporeren.

Maar wat is deze juistheid? En hoe weet ik in vredesnaam of ik daarnaartoe onderweg ben?