Wat is Diepe Ecologie? Arne Naess’ filosofie

1231841541348_996

In deze blogpost wil ik met jullie een samenvatting van een gedeelte van mijn afstudeerscriptie delen. Mijn scriptie gaat over het natuurbegrip in de filosofie van Friedrich Schelling, in relatie tot die van Arne Naess. Ik zal in deze post uitleggen wat de visie is van Arne Naess op de inhoud van de werkelijkheid, die hij in termen van zogenaamde Gestalten beschrijft. Deze visie is ontwikkeld om de noodzaak van een verdediging van de natuur te verwoorden, die dieper gaat dan de noodzaak onze eigen soort te behouden.

Continue Reading

Over de tatoeage

Kant Tatoeage

Wanneer de naald neerdaalt, en de inkt en het bloed vloeien, is er geen weg meer terug: een onuitwisbare markering wordt aangebracht op de huid. De tatoeage is verguisd door velen als plakplaatje, of geridiculiseerd als toekomstige bron voor schaamte (wanneer de huid rimpelt en het vel hangt) – desondanks wint ze nog altijd aan populariteit en is ze niet langer een symbool voor het gepeupel. Ik heb de tatoeage altijd een uiterst interessant fenomeen gevonden, juist vanwege de sterke reacties die ze oproept. Wat duidt een tatoeage aan, dit schrift op de huid? Tegen welke logica druist ze in?

Continue Reading

De gevaarlijke speeltuin van Virtual Reality

Virtual Reality zal binnen zeer korte tijd een beschikbaar medium zijn. De positieve en adembenemende aspecten van de VR (Virtual Reality) zijn evident: het medium zal de meest intense kijkerservaring kunnen bieden. In dit korte essay beschrijf ik wat VR van de kijker vraagt en wat haar gevaren zijn. Mijn zorg betreft vooral een dubbele beweging, waarin de mogelijkheid steeds werkelijker wordt en het werkelijke zich als mogelijkheid te kennen geeft. Dit maakt het lastig om de schijnwereld van de VR af te wegen tegen de ‘echte’ wereld daarbuiten.

Op 18 februari zond Radio 1 een interview uit met Jip Samhoud, die binnenkort zijn Virtual Reality-bioscoop opent in Amsterdam. In het interview werd VR een revolutie genoemd: ik denk echter dat het deel is van een proces dat al langer aan de gang is. Dit proces, dat ik als tweeledig zie, zal ik hier beschrijven, omdat het van belang is te beseffen waarom VR enerzijds zo aantrekkelijk is als medium en anderzijds zo gevaarlijk. Ten eerste bestaat er zoiets als het werkelijk worden van het virtuele, ten tweede zoiets als het virtueel worden van het werkelijke. Deze tweeledige beweging is een uitdaging voor de kijker, die voor de taak staat een verdediging van het werkelijke als het niet-virtuele te ondernemen – ik zal dit hieronder uitleggen. Of VR nu een gewenste ontwikkeling is of niet: dit is niet langer onze vraag. VR gaat er komen, zeer snel al. We moeten daarom vragen naar hoe wij naar dit medium kunnen kijken, wat haar gevaren en mogelijkheden zijn. Dit essay is daartoe een aanzet.

Werkelijk worden van het virtuele

Het virtuele wordt in de filosofie gezien als het mogelijke, dat wat nog niet is, maar wel kan zijn. Hiertegenover staat actualiteit: dat wat werkelijk het geval is. “Virtuele realiteit”: dat is dus een “virtuele” of mogelijke “realiteit”. Hoe reĆ«el is echter deze realiteit? Hoe actueel is zij? De virtuele realiteit biedt een apart soort mogelijkheid, in die zin dat ze niet louter speculeert over wat het geval zou kunnen zijn, maar ook een inkijk geeft in deze mogelijke stand van zaken. Ze biedt deze mogelijke wereld als een werkelijke aan. Zo wordt het voor mij mogelijk te beleven hoe de stand-van-zaken in een vluchtelingenopvang is. Hoewel we hier over een mogelijke werkelijkheid praten, dus iets ‘wat zo zou kunnen zijn’, beleef ik deze werkelijkheid wel (in grote mate) alsof zij er echt is. We zien dus dat het mogelijke zich aan het verwerkelijken is.

Dit gebeurt in iedere vorm van fictie. De hermeneut Paul Ricoeur merkte al op dat zelfs een tekst ons een mogelijke wereld kan bieden, waar wij andere manieren van zijn kunnen verkennen. Het unieke aan virtual reality is dat dit zich-verliezen-in een wereld geen activiteit van de geest van de kijker vereist, maar dat de wereld letterlijk aangeboden wordt. Je stapt een wereld binnen en kunt deze passief ontvangen. Zelfs bij film werd deze stap nog niet gemaakt: de afstand tussen jou en het scherm maken dat je nog iets van inspanning moet doen om in de film te komen. De vraag is bijvoorbeeld of je een virtuele werkelijkheid kunt betreden en ‘met een half oog’ door die wereld kunt dwalen. Ik denk dat virtuele werkelijkheid hierin van cinema tot nu toe verschilt.

De mogelijke wereld biedt zich als werkelijke aan. Niet als volledige werkelijkheid, want we weten dat onze mogelijkheden in deze virtuele wereld veel beperkter zijn dan in die wereld daarbuiten. Een volledige simulatie van het “werkelijk” werkelijke is niet mogelijk. Desondanks is VR wel een onderdeel van een beweging die hiernaar streeft. Het gevaar van VR is dan ook dat, omdat de verwezenlijking van de mogelijk niet zozeer bij de kijker ligt, de aangeboden wereld zonder meer geaccepteerd wordt. Het ontbreken van afstand tot de mogelijke wereld die aangeboden wordt (deze geeft zich meteen als een werkelijke te kennen), maakt het zeer moeilijk om afstand te bewaren om kritisch te reflecteren op de manier waarop deze mogelijkheid zich verwerkelijkt. Toch is de VR volledig geregisseerd, en daardoor een product van een bepaalde manier van denken door de regisseur en zijn team. De mogelijke wereld is niet zomaar een mogelijkheid, het is een mogelijkheid die regisseur vanwege bepaalde redenen wil laten zien. Als de kijker dit besef verliest, dan zou de VR een uitermate krachtige vorm van propaganda kunnen zijn.

Het virtueel worden van het werkelijke

Om die reden moet de kijker een houvast hebben om het virtuele tegen te kunnen toetsen: het “werkelijk” werkelijke, de non-virtuele realiteit. Hebben wij die zonder meer? Het grote gevaar – en dit kan niet overdreven worden – is dat de werkelijkheid zelf zich al steeds meer als het virtuele te kennen geeft. Hiermee bedoel ik dat de werkelijkheid als mogelijkheid wordt opgevat. Misschien ben ik hierin te pessimistisch, maar mijn these is dat door een sterke technificering van de wetenschap het ware en werkelijke steeds meer als het mogelijk opgevat wordt.

Enerzijds zien we namelijk dat waarheid in de afgelopen honderden jaren in grotere mate relatief is geworden aan methode en dus aan het menselijke kennen – het criterium voor het ware wordt hiermee steeds meer bij onszelf gelegd. Anderzijds zien we dat wetenschap in het teken staat van het technische en het oplossen van problemen. Dit betekent dat de waarheid of het denken over de werkelijkheid qua werkelijkheid zich meer en meer te kennen geeft als iets dat moet werken voor ons. De vraag wordt niet: ‘wat is het in waarheid?’, maar ‘hoe werkt het?’ Kunnen we het voorspellen en hiermee gebruiken voor onze eigen doeleinden?

Radicaal opgevat leidt dit proces ertoe dat de werkelijkheid niet meer te kennen is buiten het mogelijke om. Het technische kennen vraagt niet naar de werkelijkheid van het werkelijke, maar naar hoe wij van deze stand-van-zaken naar de gewenste andere stand-van-zaken kunnen komen. Wat is er mogelijk? De actualiteit wordt dus bezien vanuit wat er mogelijk is. Het probleem is dat dan VR niet hard onderscheiden kan worden van de “werkelijke” werkelijkheid, die zich ook voornamelijk als mogelijkheid laat kennen.

Inderdaad, de “werkelijke” werkelijkheid biedt ons nog altijd meer mogelijkheid dan de VR – en zal zich hierdoor ook al waarheidscriterium tegenover de VR tonen, althans voorlopig. De kracht van VR is echter dat de manipulatie en simulatie veel gemakkelijker verloopt dan in de werkelijkheid als mogelijkheid, en hiermee doemt een van de grootste ethische vragen op die de nieuwe generatie kijkers zal moeten beantwoorden. In welke termen kunnen we het onbeperkte spektakel van genot, dat VR belooft te brengen, afwegen tegen de logheid van de ‘werkelijkheid’ daarbuiten? Indien deze laatste ook als niets meer dan mogelijkheid wordt opgevat, dan zal de VR zich als de superieure werkelijkheid tonen, vanwege haar grenzeloze flexibiliteit zich naar onze wil te vormen. Welk verzet kan geboden worden tegen een Brave New World?

Conclusie

VR is een medium dat groot plezier, maar ook grote vragen met zich meebrengt. Het belang de werkelijkheid als actualiteit te kunnen blijven verdedigen kan niet onderschat worden. De mens verstrikt dieper en dieper in eindeloze autostimulatie, die de uiteindelijke beantwoording aan de ethische vraag onmogelijk kan maken als het ware louter in termen van het mogelijke wordt opgevat. Als het ons lukt de “werkelijke” werkelijkheid niet enkel als mogelijkheid te bezien, maar de werkelijkheid voorbij onze wil, d.w.z. als iets Anders dan onszelf, te zien – dan kan VR een warme verrijking zijn van onze creatieve wil te scheppen. We moeten echter uit onze eigen droom kunnen blijven ontwaken.